is toegevoegd aan uw favorieten.

"Het politieleven"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

met den plicht van gehoorzaamheid in 't geheel geen rekening hield. Een opziener der Visscherij had zijn werk opgeruimd en daardoor schade berokkend. De Rechtbank overwoog, dat de last zijner superieuren, waarop de gedaagde zich beriep, „hem niet noodzaakte om te doen hetgeen hij gedaan heeft, noch beroofde van de vrijheid om den last al dan niet uit te voeren. Mr. Levy ging in zijn rede van 17 Mei 1.1. nog verder, toen hij betoogde, dat de ambtenaar noch bevoegd, noch gerechtigd is tot de uitvoering van onwettige bevelen. Volgt hieruit, dat de rechercheursin het genoemde geval gehoorzaamheid mogen en moeten weigeren ?

Mr. Fokker merkt terecht op, dat dit van den ambtenaar niet te verlangen is, zoolang eene wettelijke regeling hem geen afdoende waarborgen verleent tegen een wraaknemenden chef. Wel volgt er echter uit, dat in de ambtenaarswet bepaald moet worden, hoe de ambtenaar in zoo'n geval moet handelen.

Misschien verdient de Wurtembergsche wet hier navolging. Deze bepaalt dat de ambtenaar wel zijn twijfel aan de wettigheid van het bevel aan zijn chef mag mededeelen, maar dat hij verplicht is tot gehoorzaamheid als de chef het bevel handhaaft. De chef draagt dan de verantwoordelijkheid."

Al die tegenstrijdigheden kunnen oorzaak zijn, dat een dienaar van politie óf strafrechterlijk vervolgd- óf door zijn Burgemeester administratief gestraft wordt. Het is dus dan ook niet alleen wenschelijk maar noodzakelijk, dat men zich, bij administratieve straf, kan wenden tot een onpartijdig Rechter, die in verband met de omstandigheden en los van alles en allen, een onpartijdig oordeel kan uitpreken.

Ik zou dan ook de rechtspositie der politie zoodanig