is toegevoegd aan uw favorieten.

Een ongelukkige vrouw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN ONGELUKKIGE VROUW.

113

zijn verwondering over uit, dat zij zulk een zonderling gezelschapje had samengesteld. Hij had het haar immers vroeger al eens gezegd, kennissen als de katten-liefhebster, een vervelende pisang als die voordrager, pasten toch niet in haar kring. En dan die vroome oom! Wat 'n allegaartje, wat 'n burgerlijk kliekje, wat 'n pit- en mergloos gedoe!

Zoo ongeveer sprak hij tot dit voor wóórden zoo sensitieve vrouwtje, dat haar feest in-eens afschuwelijk vond. Hij had gelijk. Het was een bar banale verjaardag; dat erkende ze. Toen, terwijl de zinnen uit Coppée's romantisch-gekleurd en rhetorisch-gezegd gedicht, door de lucht zwierden, herinnerde zij den student aan hun water-tocht, eenigen tijd geleden. Dat was heerlijk, niet!? Dat was ècht-leven, dat was gezond!

„Al die motor-booten, ik zie ze weer, en jij roeide maar; fijn! En wat leerzaam bij zoo'n kweeker! Dat op-enten van de wilderling, zei ze 't goed? hoe interessant! Dóm was ze, niet? Had ze toen niet gevraagd wat pot-

8