is toegevoegd aan uw favorieten.

Een liefdestragedie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN LIEFDESTEAGEDIE.

111

— Best, dan eten we bij Fisslthaler, & la carte, daar is het uitmuntend!

Ze gingen en dra zaten ze overelkaar, aan een klein tafeltje voor degrootespiegelruit, met uitzicht over 't plein. Hij reikte haar dé spijskaart aan, bestelde 'n flesch Mosel en een St. Emilion na. Haar oogen streken zoekend over al die vreemdige woorden, ze kon er niet uit wijs worden; met een verdwaasd gezicht gaf ze hem de kaart terug, hij wist het toch beter dan zij.

— Is 't goed, eerst 'n soep en dan wat visch, sole frite. Gebakken tong, verbeterde hij rap, nu hij aan haar zag dat ze 't niet verstond. En vervolgens ossenhaas of wat kip ?

Ze lachte en nikte maar. 't Werd haar alles om het even, ze liet het aan hem over. Weeldedronken keek ze naar hem op, verzadigde zichzelf aan zijn bewonderende blik.

De kleine Duitsche kelner met z'n grappige spraak ontkurkte al 't Moselblümchen, schonk zeer delikaat de kleine fijne roemers vol. 't Goudgeel vocht beperelde de tintelend kleurige kelken op de witte geslepen stelen. Hij serveerde meteen de potage. — Daar ga je kind, zei hij verliefderig;