Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de Commissie van Onderzoek niet onderzocht.

In weerwil van deze beperking, brengt het verslag van de Commissie, dank zij de rapporten van derden daaraan toegevoegd, zeer ernstige feiten aan het licht omtrent het Rijks Graanbedrijf. Een meer diepgaand onderzoek zal hierdoor noodzakelijk worden.

Op den voorgrond worde vastgesteld, dat het rapport de volgende vragen onbeantwoord laat:

le. waarom is aan van Stolk's Commissiehandel te Rotterdam, en Wm. H. Muller & Co. te 's-Qravenhage, welke laatste firma te voren geen importepr van Amerik. tarwe in Nederland was, het monopolie van den inkoop van tarwe in Amerika opgedragen;

2e. welk staatsbelang maakte het noodzakelijk, dat juist de heeren C. A. P. van Stolk en A. Q. Kröller als adviseurs werden benoemd over hun eigen monopolie.

Dit is vooral vreemd omdat hier te lande, toch onder de firma's in tarwe, die uit hun bedrijf gestooten zijn, 'n ruime keuze was voor het vinden van adviseurs.

Ook was zoowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer hieromtrent inlichting gevraagd.

Het raadsel, dat de Nederl. Staat een monopolie aan twee firma's in handen geeft, zonder hiervoor hunnerzijds een tegen-prestatie te eischen, heeft men niet trachten op te lossen. Uit de verklaringen van den heer C. J. Wollring Blz. 109 van het verslag blijkt, dat de heer C. A. P. Stolk door het doen van onjuiste mededeelingen, Minister Treub tot het monopolie

Sluiten