is toegevoegd aan uw favorieten.

Naar het einde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien kleinen brander, die met wanhoplgen moed alles In t werk stelde en alles aangreep om z'n hoofd boven water te houden, om 't immer dreigende, jammerlijke bankroet zoover mogelijk te kunnen schuiven in de toekomst, in de vage hoop waarschijnlijk, de schande niet meer te beleven... óf. dat de toestand binnenkort zooveel verbeteren zou. dat n paar gouden jaren hem er weer bovenop zouden helpen. Want Jacob had veel minder intens dan z'n vader de knagende angst der malaise gekend om zich in de misère van Grutter en diens lotgenooten te kunnen indenken. Hij nam het zulke branders veeleer bijna kwalijk, dat ze 't nog niet opgaven. Ze bedierven 't maar voor 'n ander. Met hun eeuwig geldgebrek waren ze geregeld gedwongen voor eiken prijs te verkoopen en zoo drukten ze soms onnoodig de markt.

Nu hij de moeë. sjofele figuur van den ouwen man met z'n doorknikkende knieën op zich toe zag komen, wrokte de gedachte weer in Jacob. dat Grutter er al 'n paar maal de schuld van was geweest, dat ze zoo'n slechten prijs voor hun moutwijn hadden gekregen, 't Was dan telkens zoo gegaan. Na 'n dag. dat de markt bizonder slap was geweest, kwam den volgenden ochtend het korte, bevelerige telefoon-schelletje van Meerhold: hij wou vijftig of zestig stukken moutwijn hebben. Dan, 's middags op de beurs — 't klokje was nog niet koud begon Romont met z'n ondoorgrondelijk grijnsgezicht 'n halven gulden lager te bieden dan den vorigen dag was besteed. En nu was 't Jacob opgevallen, dat 't telkens Grutter was, die onmiddellijk 'n tien of twaalf stukken voor dien prijs verkocht. Al liep dan in 't vervolg van 't beursuur de moutwijn weer op — en dat gebeurde meestal — Leyter was verplicht aan Meerhold z'n vijftig of zestig stukken tegen de laagste noteering te leveren, 't Had 'm meer dan eens 'n kleine tweehonderd gulden gescheeld.

Jacob kon daar nooit goed overheen. Soms rezen er vage vermoedens bij hem, die hij echter stil voor zich hield. Doch thans — hij begreep zelf dit moment van helderziendheid niet — voelde hij. daf er iets als 'n complot moest bestaan tusschen Meerhold. Romont en Grutter, 'n complot om de markt naar beneden te jagen, wanneer Meerhold moutwijn van hen kocht... Niet lederen keer vast natuurlijk, zoo geslepen waren de heeren wel, maar toch dikwijls genoeg om den kooper er flink van te laten proflteeren.

Die plotse, bijna wetens-zekere veronderstelling gaf Jacob 'n oogenblik zoo'n sterke emotie, dat het hem moeite kostte Grutter rustig en onbevangen aan te spreken. Het schrik-

88