Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ 8

oordeelen kon. Aan de Vereeniging „Het Nederlandsen Tooneel', welke Z. M. mettertijd het praedikaat „Koninklijk" verleende en eene subsidie verstrekte van 25 duizend gulden jaarlijks, deed Zijne Majesteit meer dan eens kritiek toekomen over vertooningen, door Hem bijgewoond, eene kritiek, die blijk gaf van groote kennis van tooneel en tooneelspeelkunst. Z. M. beval de Vereeniging aan om, bij keus van Fransche stukken, te volgen het repertoire van M o nr o s e, directeur van het Fransche gezelschap, dat in stand gehouden door Koning Willem II, in den Koninklijken Hollandschen Schouwburg te 's-Gravenhage was opgetreden, een gezelschap, dat, gelijk gesteld werd met dat der Comédie francaise te 's-Gravenhage door sommigen er zelfs boven. Z. M. droeg aan H. J. Schimmel ook wel eens op een mooi treurspel, in versmaat te vertalen.

Z. M. wond in zijne kritiek over vertooningen geen doekjes. Hij gaf zelfs aan, welke tooneelisten Hij niet berekend voor hunne taak achtte en in 't vervolg liever niet zag spelen.

Z. M. stelde er ook prijs op, dat de vertalingen in zuiver Hollandsen vervat waren. Tegen onvoldoende vertalingen en slecht Hollandsch kwam Zijne Majesteit's taalgevoel op.

Zijner Majesteit's taalgevoel bleek fijn ontwikkeld. Op een der audiënties, in de eerste jaren van het bestaan der Vereeniging : „Het Nederlandsen Tooneel", viel Z. M. den President, H. J. Schimmel in zijn toespraak, na de woorden : „Majesteit, steeds het doel voor oogen : de opheffing van het nationaal tooneel. onmiddellijk in de rede met de opmerking : „ Verheffing, mijnheer Schimmel !"

Over Louis Bouwmeester liet Koning Willem III zich steeds bewonderend uit. Z. M. zag hem zeer gaarne spelen en stelde hem op één lijn met de grootste artiesten in het buitenland.

Tooneelspelen behoort voor een tooneélkunstenaars tot de vrije kunsten, niet voor een gewoon tooneelspe/er. Als vrije kunst heefteen talent als Louis Bouwmeester het tooneelspelen dan ook steeds opgevat. Iedere kunst-school ontweek hij. Zijne school was en is de natuur en het leven. Wanneer hij niet speelt, leidt hij een openluchtsleven, en schik hebbende in 't leven, neemt hij met welgevallen het typische en karakteristieke overal en in een ieder waar, en doet er bij het typeeren en spelen zijn voordeel mee. Met werelden, waarin men zich verveelt, heeft hij nooit op gehad. Het liefst gaat hij om met de spraakmakende gemeent', en lieden die iets eigens hebben, — in vroeger jaren vooral met de interessante Oosterlingen, van welke Amsterdam de eer heeft vele zijne burgers te mogen noemen. Vooral onder hen gevoelde en gevoelt hij zich thuis, omdat hij naar den geest was en is als zij : geen zoon der lauwe Westerstanden. Hij leefde en leeft met hen in het Vaderland waar de zon ontwaakt.

Fantaisie is een der schoonste gaven, die Louis Bouw-

Sluiten