is toegevoegd aan uw favorieten.

De Indische tariefwet in de Staten-Generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mem. v. Antw. Ontw. 182.

88

tabak, indigo, niet zoodanig regt zijn bezwaard, wordt door den ondergeteekende beaamd. Te eer meent bij dat zoodanig regt, mits matig gesteld, aanbeveling verdient, omdat, ook ten opzigte van de thee, te verwachten is dat een gering uitvoerregt niet op den producent alleen zal drukken, maar door hem, althans gedeeltelijk, op de koopers en door deze weder op de verbruikers zal worden verhaald.

Het bezwaar dat de meeste thee-ondernemingen reeds een hoogen pachtschat betalen en dat deze pachtschat door het uitvoerregt eigenlijk zou worden verhoogd, kan dus, ook ten opzigte van de thee, niet als overwegend worden aangemerkt. Daarbij komt dat de cultuur op Java in bloeijenden toestand verkeert, en dat de productie zeer zal toenemen. Volgens de Indische statistiek van handel en scheepvaart werden uitgevoerd in 1868, 442.223, in 1869, 940.039, in 1870, 2.229.075 kilogrammen Java-thee. Een regt van f I op de 100 kilogrammen, zooals thans bij de Nota van Wijziging wordt voorgesteld, bedraagt ruim 1 pet. der gemiddelde waarde, en zal, al rekent men op een uitvoer van slechts 2.000.000 kilogrammen jaarlijks, aan de schatkist de niet onaanzienlijke bate van minstens f 20.000 bezorgen, die later, bij vermeerdering van productie, nog voor groote stijging vatbaar is.

Art. 6. In de tweede alinea van dit artikel wordt aan den Gouverneur-Generaal de bevoegdheid gegeven, de tariefwet in de bedoelde landen in werking te brengen behoudens zoodanige uitzonderingen ;ds noodig mogten worden bevonden, mits de heffing geschiede naar een niet-differentieel tarief. Bij nadere overweging is het voorgekomen dat de woorden: „deze wet in werking te brengen", eene te beperkte strekking hebben. Men heeft hier het oog op zulke gedeelten van Nederlandsch India, waar de heffing van regten thans nog geschiedt door of ten behoeve van den inlandschen vorst. Het streven om deze wet, behoudens uitzonderingen, in de bedoelde landen te doen toepassen, waarop in het belang van eene uniforme tolheffing prijs moet worden gesteld, zou bij de inlandsche vorsten bezwaar kunnen ontmoeten, liet is mogelijk dat hier of daar eene tolheffing van wege het Nederlandschlndisch Gouvernement zou kunnen worden ingevoerd, gegrond op betere beginselen dan die thans in de bedoelde landen worden toegepast, maar volgens een tarief geheel afwijkende van dat der aanhangige wet. Het stellen van den eisch dat die wet, behou-