is toegevoegd aan uw favorieten.

Het uitzicht der dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OMMEGANG

83

't krioelt als eene miereling door hun hoofd en 't geen er in onduidelijkheid als in een uchtendwaas verscholen staat, 't geen ze zoeken te benaderen, zonder het in gedachten te kunnen grijpen of uitbeelden, 't geen waarvan ze droomen, met den monkel der zaligheid op de lippen, dat moet iets zgn, frisscher dan de zomerochtend, zoeler dan de zomernacht en schooner dan de bloeme van hun eigen maagdelijk wezen ...

Ze tateren, ze lachen en ze gekken terwijl hun lenige lijf gestadig heft en buigt, de bruin gebrande armen bloot, aanhoudend zwaaien in eenzelfde beweging, maar ondertusschen leeft dat wonder ding diep gescholen in hunne ziel.

In de lucht vinkt en 't jiept en merelt het ongedurig, wilde vogelvolk; vrij en ongestoord is elk hier aan zijne huiselijke bezigheid: nest aan 't maken of aan 't paren.

Ginder in de verte, met tragen stap, daagt de boer op, de makke draagt bij als een schepter op den schouder. Hij beziet de vruchten van zijn eigendom en de handeling van zijn werkvolk, zonder dat hij inzicht heeft of wezen in het dieper bestaan der levende dingen rondom hem. Hij rekent de onkosten en de vermoedelijke opbrengst van zgne vrucht en hij ziet of het werk in geweten wel gedaan wordt en of het haastig genoeg schuift. En dan gaat hij verder, naar een ander stuk lands, zonder dat hij het noodig of geradig vond een enkel woord tegen zijn volk te spreken. Bachten