Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

De windvlaag huilt door laan en poort, De klokken luiden immervoort.

Daar knielt een ridder bij de baar.

— „Waak op, mijn bruid! Uw lief is daar!"

Geen blosje kleurt haar bleek gelaat. Waarom zoo laat? waarom zoo laat?

— „Uw hand is koud, mijn hart is warm. Kom rusten in uw bruigoms arm!

„Uw bleeke lippen kus ik rood: Mijn liefde is sterker dan de dood!"

Hij kust haar marmerbleeken mond, Haar oogen blauw, haar lokken blond.

Gelijk een roos, die openspringt, Als 't lentezoeltje in 't loover zingt,

Zoo 't minlijk mondjen opengaat:

— „O liefste lief, waarom zoo laat?

„Ik kon niet leven zonder u,

Eén kus ... laat mij weer sterven nu!"

Sluiten