Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet laag echter zou het wapen in dien vorm behouden blijven. Volgens een besluit van den Hoogen Raad van Adel van 24 Juli 1816 is het wapen van den Haag een gouden schild met ooievaar in natuurlijke kleuren, houdende in den .bek een paling ; het schild gedekt door een gouden kroon met 13 paarlen en vastgehouden door twee gouden leeuwen. De ooievaar staat op den rechter poot, terwijl de andere horizontaal is opgehouden.

Daarbij is vervallen het groene veldje, waarop de ooievaar vóór dien veelal placht te staan en dat soms de geheele onderzijde van 't schild tot een derde van de hoogte in beslag nam, terwijl behouden bleef de oude afdekking : een gouden kroon met 13 parelen.

om het Haagsche Bosch te doen kappen en te gelde te maken, geheel in strijd met de „Acte van Redemptde" van den 16en April 1576, die aan den Haag een ongerept voortbestaan van het Bosch waarborgde.

Is het al niet aan te nemen, dat Napoleon voor een zoo oud recht eenigen eerbied zou hebben, gegronder twijfel bestaat er, of den Haag • meer dan eenige andere stad het recht had, den Keizer omtrent eigen belangen verzoeken te doen. De acte zelf toch maakt van dat recht geenezins melding en ook de „Almanach Impérial" van 1810, die een lijst geeft der „Goede Steden" vermeldt wel het recht tot het bijwonen van de kroning — zonder meer echter.

8

Hoe onze kust is afgenomen.

'A. J. Servaas van Boyen. Haagsch Jaarb. 1896 blz. 192. Th. Morren, Die Haghe 1900 blz. 377.

De Romeinen, die zich voor de allereerste beschaving van ons land in zoo velerlei opzicht verdienstelijk hebben gemaakt door 't uitvoeren van verschillende groote werken, die ook aan de bewoners dezer streek in niet geringe mate ten goede kwamen, hebben ook onze gevaarlijke kusten door bakens meer toegankelijk gemaakt. Zelfs plaatsten ze er „vuurtorens."

Met de andere bouwwerken aan de kust zijn ook deze verdwenen. Alle ondergingen hetzelfde lot, door de zee verzwolgen te worden.

Oudtijds, zoo meldt de overlevering, vond met ten W. van Huisduinen een vruchtbare landstreek, ongeveer ter plaatse, waar nu de Noorder en Zuider Haaks zich uitstrekken. In 1520 ontdekten de bewoners van Katwijk 1600 schreden ver in zee de grondslagien van wat ééns waarschijnlijk een Noorsche burcht zal geweest zijn (huis te Britten). Nog verder westwaarts, zegt de sage, moet Calla's lichttoren zich verheven hebben aan den mond van den Rijn, die langs „steenen dijken" in zee vloeide.

Doch al dit gebied is sinds eeuwen bij de zee ingelijfd. Herhaaldelijk is het dorp Katwijk geheel verwoest en landwaarts in verplaatst. Doch ook onze omgeving werd niet gespaard. Waar zich thans de duinstrook bevindt, lag eenige eeuwen voor het begin onzer jaartelling een vruchtbare streek, waar de bewoners zich bezig hielden met jacht en vischvangist, waar ze te midden van onher bergizame wouden en onafzienbare moerassen oeros en eland vervolgden en de offergeuren opstegen ter eere van Wodan, den verschrikkelijke.

Zelden slechts komen nog de stomme < getuigen van hun verblijf tot ons. In 1884 en '85 werden bij het af zanden van de duinen nabij het Kanaal een paar wapens uit dien voorhistorischen tijd opgegraven. Het eene — een bronzen oeitel — wordt gehouden voor een voortbrengsel uit het Keltische tijdvak, ongeveer 2 a 3 eeuwen voor Chr.'; een tweede — een donderbeitel, zeker van veel ouder datum — is uit steen vervaardigd. Beide voorwerpen lagen daar in de ongeveer 1 M. dikke veenlaag, waarover een zandmiassa van 6 a 8 M. zich in den loop der tijden gevormd had.

Sluiten