is toegevoegd aan je favorieten.

Harro Walter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.die pluimpjes terug te krijgen?" — „Je hebt gelijk, kerel." antwoordde de eene collega, „maar eens in de vijf-en-twintig jaar mag het wel eens gezegd worden." En de andere collega zeide met den gewonen gezonden spot van het Ministerie: „Jij bent nu ongeveer vijf-en-twintig jaar dominee, is het niet, Stevinus? Ik zou nu maar blij wezen dat je voor het eerst in die vijf-en-twintig jaren geprezen wordt om een preek; ik begrijp dat je zoo iets zeldzaams in je homiletische leven niet dadelijk verdragen kunt." Stevinus had hem wel een stoot in de ribben willen geven; maar hier in deze plaats? Hij redde zich: „Als Walter weer eens trouwt, dan zal ik hem aanraden een van jelui te vragen voor de trouw, en dan zal ik luisteren en grinniken." Een goedaardig Rotterdammer, die er bij stond, en het gesprek mede aangehoord had, zeide vriendelijk: „Als ik eens de dominees onder elkaar hoor, dan begrijp ik nooit wat zij toch eigenlijk bedoelen." — „Dat zal wel," dachten de drie dominees tegelijk. Maar Stevinus zeide even goedhartig en vriendelijk: „Ja, meneer, dit is nu de tale Kanaans." De Rotterdammer begreep er nog minder van. De drie dominees zetten hun gezicht zeer strak.

Langzamerhand had echter de laatste zijn gelukwenschen aangeboden. De zaal raakte leeg. En de koster kwam aanzeggen dat de rijtuigen voor stonden. Zij gingen instijgen. Naar het dejeuner !

Dat dejeuner, lang en prettig, — want. zij hadden den tijd, de boot, de Batavier, waar het

302