Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wind langs de kusten in kracht afneemt, terwijl nog geen enkel koeltje van der bergen toppen neerstrijkt, tusschen rotsgevaarten door dalen en kloven.

Dubbel zwaar en neerdrukkend wordt de dampkring, als de N. W. wind door atmosferische invloeden, voor 'n paar dagen, 'n geheele week soms, zijn kracht op het land heeft verloren en alleen de zee, ver, ver weg met kleine wit gekuifde golven bezet.

Boomen en planten staan dan in doodsche stilte, in angstspanning, als verwachten ze de komst van iets geheimzinnigs, dat öf verwoesting óf een nieuwen toestand brengen moet.

De reeds zoo schaars weerklinkende vogelstemmen worden nog zeldzamer vernomen. Alleen 't scherpe geluid der groene kakatoea's en dat der parkieten, dringt u nu en dan door merg en been. 't Verraderlijke fluiten van arenden, loerend op buit, trilt van omhoog uit den wolkenloozen hemel, de spanning onder de zich angstig verbergende vogelsoorten tot 'n maximum opvoerend.

De huisdieren, varkens, honden en kippen zoeken loom naar de schaduwrijkste en koelste plekjes en alleen dorst of honger zet hen in traag beweeg.

Ook de mensch gevoelt de benauwing, gevoelt die in dubbele mate, want meer nog dan 't lichaam, lijdt de geest door deze deprimeerende atmosferische gesteldheid. Iedere beweging, valt moeilijk, 't ademhalen is zwaar en 't is als drukt er een looden gewicht op het hoofd, waardoor 't denken wordt belet, 'n Gevoel van zorg, als voor een naderend gevaar dat men niet

6

Sluiten