is toegevoegd aan uw favorieten.

De Noord-Halmahera'se taalgroep tegenover de Austronesiese talen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

In vele gevallen zal de verklaring wel in deze richting moeten gezocht worden. Dit zal n.m.1. het geval zijn bij die w. w., waar naast de vorm van dit zgn. toestandswoord, een direkt-transitieve vorm van het werkwoord aanwezig is.

B.v. Gal. i ni 1 u t u : „gij zinkt", na 1 u tu : „gij doet zinken".

i ni taro: „gij zijt zwart", na taro: „gij maakt zwart".

i ni pe s a: „gij zijt nat", na pesa: „gij maakt nat".

i ni dudunu: „gij zijt droog", na dudunu: „gij maakt droog" x).

Een vorm als i ni dudunu, i ni lutu, i ni taro, i ni pesa, staat dus heel dicht bij een i ni napo: „ze slaan u, gij wordt geslagen".

Over het algemeen dragen de vormen,, waarvan de 3e ps. m.v. het subjekt is gezien het vage van dit subjekt, uit de aard der zaak een passief karakter, zooals dat b.v. ook het geval is met vormen, als Bare'e: rakoni ndakoni:„ze eten het", „het wordt gegeten" 2).

B.v. in een Gal. Verh. blz. 17: Duma isi tatapu-wa nago-ona ja odo: „Maar het was niet zeker wie hem opgegeten ^hadden", is: isitatapuw a: „het was niet zeker, het was niet vastgesteld", niet anders dan een intrans-passivum, naar de vorm een 3e ps. m.v. aktief: >,ze stellen vast, men stelt vast".

Evenzo in Gal. blz. 76, reg. 27: t o una .

van hem

awi hutu isi totola „zijn haren waren opgemaakt1',

1) Zie blz. 59.

2) Dr. N. Adriani: Een en ander over de w.w. in bet Bare'e li. Z. 6. Dl. 53.