is toegevoegd aan uw favorieten.

Internationaal tournooi gehouden te Scheveningen 28 Juli - 8 Aug. 1913 ter herdenking aan het veertigjarig bestaan van den Nederlandschen Schaakbond 1873-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

23 T a8 — c8

24. P g3 - e2 c6 - c5 Indien Wit door 24. b4, c5 had verhinderd, zou Zwart door Pc4 goed spel hebben gekregen.

25. d4 X c5 T c8 X c5

26. Pe2 —f4 a7 —a6? i Zwart's Koningsvleugel is in staat van

belegering gebracht, en niet anders dan door zware offers te bestormen. Zwart zet nu een aanval op touw tegen den vijandelijken Damevleugel gericht. De tekstzet komt ons echter onverklaarbaar voor. Met d5—d4 had Zwart goed spel gekregen. Bijv d4 27. e6 (noodzakelijk, anders volgt Te5:!) Dd6 28. c4, a5 , 29. b3 enz. öf 28. Pf7f, Lf7: 29. ef7:, Tec8 30. Pe6, Te5 enz.

(Zie diagram.)

27. Tfl —f3 Pe7 —c6 Dreigt , Pb4 en ook , Le5:.

Zwart .ontneemt echter door den tekstzet den grootsten steun aan zijn Koningsvleugel en lokt een offer op gó uit. Nog altijd ware d5—d4 te verkiezen geweest.

28. e5 — eó D d7 — c8

29. Pf4Xg6f! Volkomen correct.

29 h7 X gó

Stand na den 26sten zet van Zwart.

30. Tf3 — h3f Lg7-h6

31. Ld3Xf5 góX f5 Ook andere zetten als Pd4 helpen

niet meer, bijv Pd4 32. Th6:+, Kg7

33. Tg6:f, Kf8 34. Df2 enz.

32. T h3 X hóf K h.8 — g7

33. De2Xf5! Kg7Xh6 Het mat is ondekbaar. Er dreigt Dfó.

Op Tf8 volgt Dg6. Op Leó: volgt Dfóf plus Th8-J- enz.

34. Pg5-f7f Khó — g7

35. L cl — hót

Opmerkingen naar het Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond.

MIDDENGAMBIET.

Wit: F. Englund.

L e2 — e4 e7 - e5

2. d2 - d4 e5 X d4

3. P gl - f 3 P b8 — c6 In aanmerking komt..., Lb4-(\

4. L fl - c4 L f 8 - c5

5. 0-0 P g8 — f 6 De nu verkregen stelling kan door

omzetting van zetten ontstaan uit het Tweepaardspel, het Schotsch gambiet, het Russisch paardspel en het Looperspel.

Veiliger dan 5 Pfó is 5...., dó.

Met den tekstzet gaat Zwart in op eene bekende variant, die om hare groote moeilijkheid meestal vermeden wordt. Deze variant heeft hare geschiedenis. Oorspronkelijk meende men,

Zwart: F. D. Yates. dat zij voor Zwart gunstig was, daarbij uitgaande van de gedachte, dat na 6. e5, d5 7. efó:, dc4: de f-pion, wanneer hij op g7 slaat, ten slotte verloren gaat en dat Zwart dan behalve een Pion meer ook nog de open g-lijn voor zijn Toren heeft. In het Neurenberger tournooiboek (1896) zegt Dr. Tarrasch bij de partij Blackburn—Teichmann, dat de aanval zeer sterk is, maar niet lang duurt. Er volgde 8. Telf, Leó 9. Pg5, Dd5 10. Pc3, Df5 11. g4, Dgó 12. Pce4, Lb6 13. f4, 0—0-0 14. f5, Lf5: 15. gf5:, Df5: en Zwart heeft 3 Pionnen voor een Looper en een goeden aanval.

Later heeft men tevergeefs getracht deze variant door 9. fg7: en 10. Lg5