is toegevoegd aan uw favorieten.

Simulatie in het privaatrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

de overeenkomst als eene schenking te zien beschouwd, welke bij gebreke eener notariëele acte nietig zoude zijn. Het Hof den Bosch bevestigde bij arrest van 23 October 1906 W. 8531 het vonnis der Rechtbank te Roermond, dat de erfgenamen in het gelijk had gesteld. Het overwoog, dat de voorwaarden II en IV eene eigenaardige overeenkomst vertoonden met de bepalingen der artt. 1706 en 1709, waardoor een zowaar vermoeden ontstond, dat partijen eene schenking op het oog hadden. In voorwaarde I was kwijting gegeven voor een nog niet betaalden koopprijs, waaruit volgde, dat de koopprijs slechts was vermeld om aan de overeenkomst het aanzien van koop te geven, terwijl voorwaarde III bij een werkelijken koop niet te verklaren viel. Het Hof meende, dat uit de acte in haar geheel genomen overduidelijk volgde, dat wijlen C. P. en appellante metterdaad de bedoeling hadden gehad om eene schenking tot stand te brengen, welke echter, als niet gedaan bij notariëele acte, nietig was1).

Eene zeer merkwaardige beslissing treft men aan in een vonnis der Rechtbank te Haarlem van 26 October 1909 W. 8966, waartegen beroep in cassatie verworpen werd door H. R. 17 Juni 1910 W. 9048: De weduwe Kamphuys had bij notariëele acte dd. 9 Juli 1907 aan H. Odijk een rijstpelmolen verkocht voor f90.000. De acte was in de openbare registers ingeschreven en het registratierecht voldaan. De bedoeling was echter niet te verkoopen, doch den eigendom

*) Zie voor eene gesimuleerde overeenkomst tusschen iemand en zijne huishoudster eveneens Rb Tiel 27 April 1917 N. J. '18, 266, bevestigd Hof Arnhem 6 November 1918 N. J. '19, 335; voorts voor het ontbreken der notariëele acte Rb den Bosch 24 Juni 1910 W. 9094, Rb Amsterdam 25 Januari 1907 W. 8671.