Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IO

door een jong weeuwtje, waarmee ik in een badplaats kennis had gemaakt. Ze was heel knap en intelligent, koketteerde met ieder^ een en met mij, zondige. Aanvankelijk moedigde zij mij aan, maar later liet ze mij kalmpjes links liggen, mij opofferend voor een roodwangig Beiersch luitenant. Eerlijk gezegd: de wond van mijn hart was niet zoo heel diep, maar ik achtte het een plicht mij eenigen tijd over te geven aan het verdriet en de eenzaamheid — waar de jeugd zich al niet mee troost! — en vestigde mij in Z.

Dit stadje beviel mij om zijn ligging, aan den voet van twee hooge heuvels, om, zijn bouwvallige muren en torens, oude linden en steile bruggen over smalle beken, vallende in den Rijn en vooral — om zijn goeden wijn. In de smalle straten wandelden 's avonds vlak na zonsondergang (het was

Sluiten