is toegevoegd aan uw favorieten.

De ruïne van Walroo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

Bekkie amuseerde zich intusschen en had zooveel te beruiken, te besnuffelen en (e onderzoeken, dat hij geen gelegenheid had, om verschrikt of wat ook te zijn.

Daar stond de ijzeren kistl Waf een gevaarte! Hoe hadden ze die hier gekregen! Maar wat kwam daf er eigenlijk op aan ? . . •. Van meer belang was de vraag, wat ze wel zou bevatten.

En nu begon hef onderzoek I Dat was nief gemakkelijk; allesbehalve ! Waf een geweldig slof! Die smeden uit den ouden tijd schenen wel reuzen geweest te zijn en wat lastig moet het zijn geweest, de sleutels, die erbij hoorden, als je uitging, in je zak te dragen!

„Jongens, aan het werk!" riep Gerrit. „We hebben geen sleutels en dus: vijlen en breken is de boodschap Hier, Henri en Willem! jullie bijlichten! En vlak op mijn handen, hoor! En Albert, houd het gereedschap in je handen, dat we hef nief in 'f donker behoeven te zoeken.

En daar begon hef gesnerp en gekras van de vijl . . . Dat was werken! Gerrit zweette als een postpaard. Maar het werk schoof op; er was al een heele groef in den eersten bout en de kleine ijzerdeeltjes vielen glinsterend in het lantarenlicht op den grond. Ziezoo, hij was er dóór. Nu moesten er nog vijf dóórgevijld worden, doch hef verlangen om te weten, wat er in die kist zat. werkte flink mede en na zoowat een uur van harden arbeid waren er al vier los. toen Henri vroeg:

„Zeg Gerrit, is die kist nu ook voor den ambachtsheer, voor dien kerel met zijn auto?"

„Wat ambachtsheer!" viel Gerrif uit mef zijn zware basstem terwijl hij een oogenblik ophield, „Ambachtsheer! Praat me nief van dien vent! Ik wou, dat we hem