is toegevoegd aan uw favorieten.

Res, non verba

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

„Hoe gaat het, Leo?" En zonder mijn antwoord af te wachten, ging hij goedig, geruststellend verder:

„Er is niets bijzonders, hoor! Tenminste *t heeft niet zooveel te beteekenen. Ga zitten, we moeten eens kalm wat praten."

Er kwam thee, we staken een goede sigaar op en toen ging de Rector gemakkelijk zitten.

Hoe kalmer hij deed, hoe benauwder ik het kreeg. Wat kon er toch zijn?

„Nu, vertel me eens, Leo, heb je ook kennis in Genève ?"

„In Genève? — Neen! — Ja, wacht eens, daar studeert Jonker Max De Marelle."

De Rector lachte eventjes intelligent en keek mij schuin over zijn bril aan met een schalkschen blik, die wel een kleine hulde bracht aan mijn krijgslistig antwoord, maar mij tevens bij overrompeling tot de overgave op genade of ongenade dwong.

„Neen, Leo, een jonge dame."

„Ja, ja! dat kan, daar studeert ook de Damoiselle Julie de Marelle. U weet wel, Eerwaarde, dat de Markies de Marelle bij ons op het kasteel van Schaarberg woont."

„Zoo, ja, ik wist er wel iets van, maar-re

Vaag vermoedde ik nu wel iets, maar eenig feit, of eenig incident, kon ik toch nog niet definieeren.

„De Marelles zijn niet Katholiek, is t wel?"

„Neen, Eerwaarde."

„De Markies moet een braaf man zijn en vooral zijn dochter gaat voor zeer intelligent door.' Ik knikte en stemde toe: „Dat geloof ik ook, Eerwaarde ".

In de vacanties kom je veel op 't Kasteel, is t niet? — Ge zijt eigenlijk zoo wat met de kinderen van den Markies opgegroeid, niet waar?"