Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 10 —

en een nieuwe regeling te ontwerpen. Dientengevolge werd de bestaande aanslag vele jaren achtereen telkens voor een jaar bestendigd.

Eindelijk werd in 1886 (St. No. 78) een geheel nieuwe regeling bij ordonnantie vastgesteld en op Java en Madoera en de Buitengewesten ingevoerd.

Dethan»gei- Na herhaalde wijzigingen werden de bepalingen dende bep*- omtrent de verponding herzien bij ordonnantie van verponding' 11 Januari 1912 (St. No. 31 jo. St. 1914 Nos. 111

Ne? InduT' 911 235' SL 1915 N°- ?10, St" 1917 N0S* 51' 132,

154 en 245, St. 1918 No. 132 en St. 1919 No. 156). Ingevolge artikel 4 van het besluit van denzelfden datum No. 56 (St. No. 32) gelezen in verband met artikel I van het besluit van 3 Maart 1919 No. 44 (St. No. 110) is de invoering van de verpondingsordonnantie uitgesteld voor de gewesten „Westerafdeeling van Borneo" en Zuid-Nieuw-Guinea"1) Bij ordonnantie van 22 Januari 1914 (St. No. 111.) werd daarentegen de verpondingsordonnantie mede van toepassing verklaard op de specerijperken op de Bandaeilanden.

Behoudens de hierboven bedoelde uitzonderingen is de verpondingsordonnantie dus van kracht voor geheel Nederlandsch-Indië.

1) Dit voormalig gewest is sedert 1 October 1913 opgeheven, en het gebied ervan toegevoegd aan de Res. Ambonia, blijvende echter ook na die toevoeging de verpondingsordonnantie in datgebied voorloopig buiten werking (zie »Eerstelijk« en Ten zevende van St. 1913 No. 415). Voornoemd gebied behoort thans vereenigd met de af deelingen Noord-Nieuw-Guinea en West-Nieuw-Guinea resp. tiehoord hebbende tot de residehtien Ternate en Onderhoorigheden en Amboina tot het nieuwe gewest Nieuw-Guinea. (St. 1919 No. 457).

Sluiten