Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

DE DRIE KAMERS

wolkenmassa's langs het verwaterde beeld der maan, die mij met moede oogen aankeek, alsof zij er aan wanhoopte ooit weer met klare pracht den nacht te zullen doorlichten.

In het plantsoen op den ouden stadswal gekomen, waar de door den wind gebogen boomen klagelijk steunden, de takken fluitend zwiepten, en de verdordë bladeren een wilde doodendans uitvoerden, greep de naargeestigheid van den nacht mij met nog knellender omklemming aan, zoodat ik mijn pas versnelde, en weldra voor de deur Van het laboratorium stond.

Zwart verhief zich voor mij de logge gevel van het sombere gebouw, dat opgetrokken was boven op een voormalig bastion en daar met zijn eeuwenouden onderbouw en veel jongere bovenconstructie een merkwaardig en romantisch geheel vormde.

Zware gewelven en diepe kelders, waarheen donkere wenteltrappen voerden, dagteekenden nog van drie eeuwen her, en wij, studenten, zouden ons niet al te zeer verwonderd hebben, als wij daar beneden een geharnasten wapenknecht waren tegengekomen. De gevolgtrekking, dat die man onwaarschijnlijk oud zou moeten zijn, ware dan vermoedelijk niet dadelijk bij ons opgekomen, dermate zou de verschijning in die omgeving gepast hebben.

Ook onze bejaarde professor, die liefst in een der gewelven tusschen zijn toestellen zat, als een Doctor Faustus redivivus, was in treffende overeenstemming

Sluiten