Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

de toestanden in Suriname zulk een noodlottigen invloed uitgeoefend hebben en aan de geldmarkt in het moederland zoo duur te staan zijn gekomen.

De eerste van die negotiatiën werd in 1753 opgericht door den Amsterdamschen bankier en burgemeester Willem Gideon Deutz. De daarvoor noodige onderhandelingen met het Koloniaal Bestuur, dat ook later zijn medewerking verleende bij het uitzetten van de gelden, waren reeds in 1751 aangevangen. De negotiatie was aanvankelijk 1 millioen gulden groot, maar groeide allengs tot 4 millioen aan. De gelden werden verstrekt tegen eerste hypotheek op de plantages en tot een maximum van B/8 hunner geschatte waarde. De rentevoet was 6 pGt.. Deze voorwaarden zijn bij de latere negotiatiën min of meer gevolgd.

Bij de schatting der plantages werd veel geknoeid en de opgenomen gelden werden grootendeels verspild. De kolonie had dus weinig voordeel van deze negotiatie. Ook Deutz beleefde er weinig genoegen van. Hij, die bij zijn leven geschat werd op het* voor dien tijd enorme inkomen van ƒ 22 tot ƒ 24.000, liet bij zijn dood in 1757 een desolaten boedel na. Tot dien boedel behoorde een schuldvordering op Surinaamsche planters ten bedrage van ƒ 900.000.

De firma Jan & Theodoor van Marselis, die later nog vele andere negotiatiën op Suriname zou oprichten, nam deze vordering voor ƒ 400.000 over. Zij verkreeg daardoor de directie over de negotiatieDeutz en werd dientengevolge — evenals Deutz geweest was — de grootste importeur van Westindische suiker en koffie te Amsterdam. Zij legde zich op verbetering van den toestand toe. Van het Hof van Politie werd een nieuwe instructie voor de schatters (priseurs) verkregen (1764) en de plantages van nalatige schuldenaren werden onder sequestratie gebracht of verkocht. Hierbij kwamen echter zulke knoeierijen aan het licht, dat het crediet der kolonie hevig werd geschokt en het voorloopig niet meer mogelijk was te Amsterdam geld voor Surinaamsche plantages te bekomen. De ernstige crisis op de Amsterdamsche beurs van 1763 was daarvan natuurlijk mede oorzaak.

Eerst na vele vruchtelooze pogingen, bij verscheiden kooplieden gedaan, gelukte het de firma Harman van de Poll & Go. tot het schieten van geld op plantages over te halen. In 1765 richtte zij haar eerste negotiatie op ten laste van planters in Suriname. Doch ook deze onderneming had niet den gewenschten uitslag. De gelden werden over het algemeen niet voor uitbreiding van zaken aange-

Sluiten