is toegevoegd aan je favorieten.

Friedrich Nietzsche

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geest, hij deed de menschen ontwaken uit het oude bekende, uit de zoete rust, die zoo behaaglijk is.

Hij zag gevaren, maar hij voorzag meer: hij wist van de groote macht van het onbewuste leven in den mensch; het is in ons niet alles bewust en geweten, wij laten ons leiden door een bedrieglijk verstand, een misleidend intellect; is na hem de leer van het onbewuste niet opgekomen en zijn wij niet allen overtuigd van de onbewuste kern van ons zieleleven, die een zoo groote rol speelt; hij wist het belangrijke van den droom; daar komt een echt stuk leven naar boven en zitten wij nu niet midden in de uitgewerkte theorieën over de beteekenis van den droom, en is niet na hem herhaald, dat alle religie en de oorsprong ervan ligt in het droomleven ?

Dit zijn alles geniale grepen van Nietzsche, met zijn diepe intuïtie ; als hij ze om tracht te zetten in systemen en wetenschappelijke redeneeringen, dan faalde hij maar al te vaak, maar zijn geniale grepen blijven toch machtig en wekken altijd weer op. In dit alles ligt zijn groote kracht: hij wordt probleemsteller, hij woelt den grond los, brengt tot nadenken, laat geen rust, hij wordt een voortdrijver voor den mensch naar hoogere hoogten, om vandaar uit het leven te beschouwen.

Naar de hoogten' voert hij, vanuit het slappe leven, uit het degenereerende van goedkoop medelijden, uit den deemoed, uit de wereld-ontvluchting, uit den ondergang.

En mogen zijn woorden wel eens wat scherp en fel en meedoogenloos zijn, er zit altijd waarheid achter; mogen zijn beelden wat streng zijn, het is altijd uit reactie, en in dat licht moet al zijn felheid worden gezien en begrepen.1)

Hij wil losmaken en vrije geesten vormen,8) hij wil scheppen persoonlijkheden, hij is „Bildner der Persönlichkeit",3) hij wil van kracht bewust maken en opheffen tot wil, hij wil bewustwording

l) „Man versteht Nietzsche immer am besten, wenn man fragt: „Gegen wen richtet sich das ?," zegt E. Lucka, Das Tragische, 1919,1, S. 80. — 2) In dit opzicht is hij wel te vergelijken met Multatuli. Zie overigens voor een vergelijking van beiden Willy Schlüter, Multatuli und Nietzsche, in „Der Mensch," T9ÏQ. — 3) Vgl. de voordracht van Dr. Richard Oehler, op den 16den October 1910 te Weimar in het Nietzsche-archief gehouden.

295