Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Ziehier waarom ons Verbond zich genoodzaakt ziet ook voor Uw Hoog College te persisteeren bij zijn verzet tegen het wetsontwerp tot voorkoming en „vreedzame" beslechting van geschillen, omdat hierin slechts in schijn gehuldigd wordt het beginsel van „vrijheid van partijen.""

Wezen is, dat partijen ongevraagde inmenging van derden in hun interne zaken moeten dulden, terwijl zij ten slotte onder bedreiging van boete en gevangenisstraf tegen hun wil gedwongen kunnen worden zich te onderwerpen aan de zeer scherpe eischen van een enquête-commissie, aan welke in § 4 van het tweede hoofdstuk van het wetsontwerp, zooals de Memorie van Toelichting erkent, zeer „vérstrekkende" bevoegdheden worden verleend. Om tot een „vreedzame" beslechting te komen, verleent deze wet aan de enquêteurs bevoegdheden van zóó ingrijpenden aard als zelfs onze fiscale wetgeving niet kent. Hierbij laten wij nog buiten beschouwing de sterke moreele pressie, welke door pubhcatie, ingevolge genoemde 4e paragraaf, op partijen kan worden uitgeoefend.

Ware inderdaad in het nieuwe ontwerp het vrijwillige karakter bewaard gebleven, van een hardnekkige oppositie van werkgeverszijde zoude geen sprake zijn geweest:

Merkwaardig is het intusschen, dat het aanhangige wetsontwerp nog steeds dit „vrijwillige karakter" heet te huldigen en blijkbaar daardoor in de Tweede Kamer een meerderheid vond. De Minister van Arbeid steunde deze fictie, reeds in de Memorie van Toelichting neergelegd, door bij de behandeling in de Tweede Kamer, met negatie van den domineerenden invloed der 4e paragraaf van Hoofdstuk II, te beweren, dat het gekozen stelsel „geheel gebaseerd is op vrijwilligheid " Ware inderdaad de ontworpen regeling geheel opgetrokken op het bepïnsel van vrijwilligheid, het wetsontwerpzoude slechts te beschouwen zijn geweest als een herleving

Sluiten