is toegevoegd aan uw favorieten.

Studiën en aanteekeningen over Nederlandsche politiek (1909-1919)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6

CONGRES TE ZWOLLE.

dat die zeilen slap hangen, moet door eene vooruitziende liberale politiek onmiddellijk worden gebruikt. De sociaal-democratie is in haar parlementaire actie grootelijks verzwakt door de Zwolsche motie, en zij haalt dit niet spoedig weer in, mits men haar zelf niet weder door stilzitten of halfheid te paard helpt. Houdt men, door de kracht van eigen actie, hare kritiek zwak, van hare concurrentie als mogelijke regeeringspartij is voorshands niets te vreezen. Geen verderfelijker raad is dan ook aan de liberale partij gegeven, dan te bevorderen dat er een zoo onschuldig mogelijk ministerie kwam, met niets dan zeerecht, onrechtmatige daad en ik weet niet wat voor nuttige zaken meer op haar program; — van die zaken waarvan iedere regeering de kracht moet bezitten er enkele af te doen, maar waarover de verkiezingsstrijd niet heeft geloopen en die, tot hoofdschotel in plaats van bijgerecht verheven, met volle recht zouden doen besluiten tot de onbevoegdverklaring der koks. Als op dit kritieke oogenblik geen moedige en krachtige liberale politiek voor den dag komt, heeft men te wanhopen aan de toekomst der liberale partij in Nederland.

De beslissing, waarvoor dezen zomer de Nederlandsche sociaaldemocratie geplaatst was, staat niet op zichzelve; zij is uitgevallen in overeenstemming met dergelijke beslissingen elders. Alom blijkt de sociaal-democratie de meening toegedaan, dat het optreden van socialisten in een gemengd-linksch ministerie gevaar opleveren moet voor de eenheid der partij. Men heeft er in Frankrijk ondervinding van gehad sedert het eerste optreden van Millerand; de breuk van 1899 kon eerst na vijf jaren weder eenigermate worden geheeld.

Het is nog niet lang geleden dat koning Victor Emanuel den heer Bissolati, den meest gematigde der leiders van de partij in Italië, een ministerspost aanbood, die weliswaar geweigerd werd, maar toch niet zonder dat de man die haar had kunnen innemen, nadien in het parlement een geheel andere houding aannam dan te voren: tijdens den oorlog in Lybië bleef hij ministerieel, en de partij viel in twee fractiën uiteen, waarvan de kleinste den heer Bissolati volgde, de grootste daarentegen zich tegen alle deelneming aan of coalitie met het bewind uitsprak.

Vóór de laatste kamerverkiezingen in België maakte het in de Belgische partij een netelig punt van (nog niet openbare) bespreking