is toegevoegd aan uw favorieten.

Studiën en aanteekeningen over Nederlandsche politiek (1909-1919)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TARIEF EN KOLONIËN. 109

volk" moet hebben verwacht hen de snood aangevallen staatkunde van gisteren met klem en effect te zullen zien verdedigen. Op grooten strijdlust of strijd vermogen der afgetreden ministers wijst dit niet. Laten zij de gevechtsleiding aan Dr. Kuyper over,, die, eeuwig jong, zich onmiddellijk in de Eerste Kamer in hinderlaag legde? Zijn zij er inderdaad zoo gerust op dat het onvervalschte Kuyper-regime in Nederland nog eene toekomst heeft? Er zijn er anderen, die meenen, dat eene herhaling daarvan de protestantsche dissidenten, die bij de jongste verkiezingen optrokken in verspreide hoopjes, tot dichte drommen zou doen aangroeien. Een nieuw Kuyper- (of Kuypersch) bewind zou meer dan ooit de gevangene zijn van Rome, en Rome verkrijgt of behoudt in Nederland de meerderheid nimmer.

De rechter-strijdpositie tegen het nieuwe kabinet is dus niet zoo sterk, als uit de enkele besomming van het ledental der coalitie-partijen in de Tweede en in de Eerste Kamer zou kunnen worden afgeleid. De rechter-/euzen hebben gefaald, en waar vindt de coalitie andere? Om niets anders aan te halen dan de tariefpolitiek en haar verband met de sociale voorzorg: de coalitie heeft te dien aanzien niet dan de zeer slechte keus, van öf het dwingend verband te loochenen waarvan het bestaan tot op den dag der herstemmingen toe zoo driest werd volgehouden, öf den tariefslag nog eenmaal te slaan — en te verliezen, want de economische ervaring is thans waarlijk niet van zulk een aard, dat zij aan de zaak der protectie in Nederland nieuwe en overtuigde strijders zal bezorgen. Met Indië is het niet anders. De veldwinnende vrees dat ons koloniaal beleid door de vorige regeering in geheel verkeerde richting werd gestuurd, heeft tot haar nedelaag zeer wezenlijk bijgedragen, en het ziet er waarlijk niet naar uit dat de eerstvolgende jaren een toestand van zaken in Indië zullen vertoonen, die om iets anders roept dan om belangstelling voor, begrip van de groei verschijnselen eener maatschappij van nietChristelijken geloove. Eene regeering die niet aan den leiband van Dr. Kuyper en van Rome verkiest te loopen, vindt reeds alleen in deze beide omstandigheden: het kennelijk fiasco der protectie-idee, en de overtuiging dat Indië juist thans vooral niet aan Christelijke veroveringspolitiek mag worden blootgesteld, een sterken ruggesteun.

Natuurlijk is zij ook omringd van gevaren, die zij door geen