is toegevoegd aan uw favorieten.

Het sociaal conflict in de beeldende kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 84 —

zijn helsche vizioenen zag Redon dezacht-kleurige bloemen bloeien als bovenaardsche gewassen, Redon zag den Satan als den zwakke, als den oneindig weemoedige, als den geest der machtelooze hunkeringen. Hij kende en hij doorzag het satanische en den dooden wellust, daar hij als weinigen van zijn tijd een kinderlijk deemoedige was die den hemel had gezien. In Redon leefde iets van het mystisch pantheïsme der oude Chineezen. Goya is geen mysticus; hij is een bijgeloovige, een gekwelde.

Telkens echter dwingt hij zich tot objectiviteit, en keert hij tot de concrete werkelijkheden terug. Het duel, de gevangenis, het schavot, dat zijn de hem blijvend obsedeerende werkelijkheden, tenzij hij, ingehouden en hooghartig, de portretten schildert der Spaansche grooten en der sphinx-achtige donna's. Het is de genadelooze psycholoog Goya, die in 1800 de koninklijke familie schildert, schijnbaar de tradities van Velasquez' strenge hofkunst volgend, om achter dezen schijn van statieuzen praal de botte nietigheid van den paradevorst, de roofdierlijke wulpschheid en heerschzucht der koningin te onthullen. Slechts een vorstenhuis, dat op 't punt stond verjaagd te worden, kon zulk een vonnis voor lief nemen.

Dit is Goya's objectiviteit..

De ijdele bekrompenheid van den adel, de tuchteloosheid van het leger, de verstomptheid der monniken, de traagheid, hebzucht en gulzigheid