is toegevoegd aan uw favorieten.

Vergezichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij is een gemis, in de zenuwen ervaren; een onrust, die het bloed zweept dat het klopt in de slapen, wanneer eenzaam het hoofd neergeworpen is op het kussen, totdat men weenend op zijn leger neerzit als Mignon's harpenaar, om een uitweg te geven aan zijn tranen. Hij wringt de handpalmen op elkaar. Wie kan den dorst beschrijven? Hij wil zich verzaden aan de eeuwige stroomen, die lavend, lavend, lavend door onze ziel zullen heen spoelen als wij tot de stroomen gekomen zijn.

Zij leed van bet Niet: de onbevredigdheid dezer diepe en waar-menschelijke verlangens; ervarend het levend tekort aan inwendige zegening. Het was haar echte menschelijkheid, waarmee zij deze leegte ervoer, en het was om volle en vervulde menschelijkheid dat zij weende.

Zoo was haar lijden.

Het lijden is voorbereiding, innerlijke voorbereiding. Het bracht slechts tijdelijke verstoring, waarin zij uitwendig zichzelf meester bleef; het bracht perioden van vertwijfeling, die zij na doorstane leed te boven kwam; niet een ziekte harer ziel bracht deze verstoringen aan, maar veeleer de diepere gezondheid van haar volmenschelijke natuur deed haar de leegten beseffen en als smarten doorlijden, om in haar de ware menschelijkheid bewust te maken. Maar de innerlijke kracht in haar zou niet breken. Het lijden was innerlijke voorbereiding, waaruit een grooter heil dan van voorspoed of alledaagsche vreugde verrijzen zou. Zij werd voor het geluk geschoold.

En menigmalen als zij uit haar woning week in de opene natuur, waarin het hart tot zichzelf spreekt, den maneschijn zag lichten langs de berkestammen en de heide in den avond als de zon onderging in gouden pracht — voorbesefte zij met juiching, dat het groote heil niet zou wijken

85