Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

heelemaal niet moe zijn, naast haar man, Renswoud binnen te stappen, keerde zich boos om en rukte de tasch uit de hand van Sanne.

„Geef hier,... dat gezanik over die tasch,... dan Zal ik hem dragen."

Die plotselinge uitval gaf 'n schrik, welke de moeheid deed vergeten. Stil en verbouwereerd volgden de meisjes.

Even later waren ze thuis.

Holsman, altijd opgewekt, gelijkmatig van humeur, deed dadelijk 'n poging om de gedrukte stemming te verdrijven.

„Zie zoo," sprak hij, toen ze allen in de kleine woonkamer waren, waar z'n vrouw en de meisjes met hun hoeden nog niet af, neerzegen op den eersten den besten stoel, dien ze onder hun bereik kregen. „Zie zoo... 't was toch 'n mooie wandeling... nou effetjes uitblazen en dan zal 'n kopje koffie smaken..."

„Is 't er geen warm eten?"' vroeg Riek, ,,'k Lus nou geen brood."

„D'r is koue havermout en d'r zijn nog kruisbessen ook..." antwoordde haar moeder, „ik bedank je om nou nog te gaan koken... hé die laarzen...!" en Zich met 'n zucht bukkend, deed ze de stoffige bottines uit, met een pijnlijk gezicht de vuilwitte kousen, 'die aan haar voeten kleefden, lostrekkend. Dan tastte ze met 'n vinger behoedzaam aan haar hiel. ,,'k Geloof, dat ik 'n blaar heb geloopen.

„Nou mensch, blijf dan zitten, dan zei ik wel koffie. Toe Riek, help jij effen, jij bent nog de kwiekste." Sanne leunde moe met halfgesloten oogen in den rieten leunstoel voor 't raam.

Sluiten