Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

hoofd, met kalme belangstelling verder informeerend, terwijl 't 'n sigaret in z'n mond stak.

„Als 't niet goed was, zou ik het niet doen," antwoordde de overste kortaf. v

„O, daar is Louis," zei 't hoofd, dat den laatsten snauw niet scheen te hooren.

„Toe maar," mompelde de man, die snoeide.

„Goeien morgen, meneer Telders, is u aan het tuinieren ?" klonk met nieuw geluid de veel te hooge stem van den jongen Mr. Van der Horst en een tweede hoofd — het zijne — verscheen boven 't muurtje, 'n blomzoet roze meneertjes-hoofd met een lorgnet, en met een yachtclubpetje op het blonde haar.

„Bonjour— ja—" zei de overste, die er meteen genoeg van had en zichzelf betrapte op 'n gevoel van gêne, toen hij dacht aan z'n grooten hoed, z'n hemdsmouwen, z'n afzakkende broek en z'n stoffige schoenen.

„Ja, ja," zei Van der Horst senior, „als de overste maar in den tuin kan werken, dan is hij den koning te rijk, niewaar meneer Telders?"

„Zeker meneer Van der Horst, da's m'n liefste bezigheid en ik moet me niet hoeven te geneeren voor m'n costuum—"

„Natuurlijk!" riep de zoon, „dat is juist het echte, zoo heelemaal sans gêne niewaar?"

„Verborgen voor onbescheiden blikken, hi, hi, hi!" grinnikte de vader.

„Bij voorkeur!" gaf Telders volmondig toe.

„Maar u geneert zich toch niet voor ons ?" riep de zoon, bijna verschrikt.

Sluiten