is toegevoegd aan uw favorieten.

De ridder Knol

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

pen, om zich verdienstelijk te maken tegenover een uit den aristocratenkring van Olmhoven.

Als hij alles nog eens overdacht, haar houding, vooral in 't laatst, haar korte vreemde antwoorden, dan kreeg hij nu achteraf zelfs den indruk, of ze spijt had gevoeld, dat ze een beleefdheid had bewezen aan een uit zijn kring.

Want aanvankelijk had zij ook niet geweten wie hij was, dat kön ze niet weten.

„Ik vind het ellendig ellendig!" had zijn vader

gezegd en ineens had hij veel ouder geleken met dien trek van zorg en versombering om zijn oogen; zijn moeder had gezwegen, in haar gezicht was iets verstrakt tot zwijgende lijdzaamheid; die uitdrukking, die Jacques wel kende, al uit zijn kindertijd en die hem dan al meer beangstigde dan een directe dreiging met straf of klappen.

Met haar had hij 't geval nog besproken toen zijn vader, vroég al, naar zijn kamer was gegaan, maar hij had geen troost of opbeuring gevonden in dat onderhoud.

,,'t Is gebeurd jongen.... je kunt het niet helpen.... maar ellendig blijft het."

Dat was de slotsom.

O zeker, hij vond het verdriet—want zoover ging het— van zijn vader, niet ongerijmd: hij besefte zeer wel, wat dit was voor den ouden man; al die samenvallende feiten, die als verbrij zelende stormramm en beukten tegen de poorten van den oud-adelijken burcht. En dat er toch al veel wankelde op zijn oude grondvesten, dat besefte Jacques wellicht nog beter dan zijn vader.

Hem had het leven buiten Olmhoven wel wat anders geleerd; hij eerbiedigde het steile conservatisme van zijn