is toegevoegd aan uw favorieten.

Grieksch woordenboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

au-x/xavig—auvnuovevxog.

65

d-unxav-ïa, ep. irj, rj, radeloosheid < 295, theoon. 646, pind. Pae. 4,26, xen. Oec 1, 21, eur.

a-uijxavo-egyóc, kunsteloos, grof hes. fr. 198.

a-fif/xavos, 2, adv. cog, zonder middel,

•firixavrj, — X act. hulpeloos t 363, nvog tegenover pl. Prot 344 d, xen. An. 2,

5, 21; ar. Ran. 1429, eur. Med. 407.

— 2 pats. onmogelijk, onbereikbaar > gevaarlijk Q 130, theogn. 583, hdt. 1,48, att.: soph. Ant. 92; verzw. moeielijk tr., aesch. Pr. 59. — 3 ook van pertonen: waartegen geen middel helpt; onhandelbaar 77 29, N 726; onverbiddelijk O 14. —• 4 vervaagd > geweldig, groot att.: pl. Phaed. 110 a, 112 b.

dpïa(l) rj, soort tonijnvisch coh., aristot.

d-ficavzog, 2, onbevlekt, rein; niet ontwijd n.t. ; vlekkeloos, heilig theogn. 457. pind. bacch. 3, 86; aesch. Pers. 578 tót n. t. Hebr. 7, 26; 13, 4.

d-pïyx)g (vgl. piayco), 2, — 1 onvermengd, xivog, met iets. — 2 niet vermengbaar, Samenvloeiend. — 3 ontoegankelijk, ongenaakbaar, xtvi of jiqós n(va), pl. Menex. 245 d, aristot.

d-pixxog, 2, adv. cog, bet. z. voorg.

SfuXXa, (eig. samenkomst, competitie: sm-mil-ia, vgl. aeol. 3-ptXXog = att. SutXoe, vgl. o.ind. (sam)-mildti komt samen, z. lat. miles), rj — 1 wedstrijd.

— 2 strijd. — 3 eerzucht. — 4 alg.: begeerte. — Vgl. aycóv voor bet. pind. O. 55, hdt. 7, 196, aesch. Pr. 129, pl. Phaedr. 248b, plut.; niet n. t.

dpiXXd-opai (z. voorg.), f. xjoopat, aor. rj-thjv, naaunv Ltr. — 1 wedijveren, wedstrijden. —2 abs. zich haasten, èSóv.

— 3 zich met iemd meten, zivi, 3igóg xiva. — 4 zich inspannen, streven, ook m. inf. hdt. 4,71. — Sinds pind. N. 10, 13, hdt. 4, 71, thuc 6, 31, xen. Eq. 8,

6, An. 3, 4, 44; ar Pax 950, pl. Lys. 208 a, eur., verdwijnend.

iuUXij-pM, xó,streven soph. El. 494,inscr. duiXXxi-xx)p, ijoog, ó, wedloop soph. Ant. 1065.

dfiMnxrig-ia, xa, wedstrijden inscr.

diiiXXnxi-xóg, 3, wedstrijd- pl. Soph. 225a.

d^plur/xó-fiiog, % exemplair plut.

d-pifinxog, 2, adv. cog, onnavolgbaar plut.

d-pi^jia (dfiixxog), rj, — 1 onvermengdheid aristot. — 2 opheffing of gebrek aan verkeer: v. geld hdt. 2, 136; alg. economisch thuc. 1, 3. — 3 afgesloten positie, blokkade cv vijandige stemming isocr. 6, 67, plut.

muller, Grieksch Woordenboek.

dp-ijrjxog, 2, — 1 een paard bijhoudend soph. Ant. 985. — 2 Spec. d-ot, cavalerie die ook kan afzitten en als infanterie vecht hdt. 1, 215. — 3 lichtgewapende infanterie, die met de cavalerie samen ageert thuc, xen. Heil. 7, 5, 23 (vgl. caes. over de Galliërs, B. G. 4, 33).

duig (vgl. dut)), Idog, rj, — 1 kamerpot hippocr., ar. Vesp. 807. — 2 schip aesch. Suppv 842, vgl. 847.

d-filor/g, niet gehaat xen. Eq. 8,9, plut. d-uitriri, adv. (z. volg.), —1 zonder loon

archil. 41, dem., plot., luc, LXX. —

2 ongestraft eur. Tr. 409. S-uiovog, 2, zonder loon, -soldij tr. : aesch. Ch. 733, aristot. A. TI.. 29, 5,

luc, plut., inscr.

d-uicrtrcoxog, 2, — 1 onverhuurd dem. 30, 6. — 2 zonder soldij Ltr.

d-piaxog, zonder steel theophr.

d-uixQog, zonder lijfgordel: niet volwassen call.

d-pixgo-xcxcov, covog, met een lijfrok zonder buikgordel 77 419.

dfUX&aXóeaoa (naast óptvsco staat hesych. Spii-ai wateren, èfilxXn nevel, got. maihstus mest, ndl. dial. miggelen motregenen; invloed v. al&aXóeigf), in nevelen, wolken gehuld; Lemnos Q 753

wegens de vulkaansehe natuur (schol. AB SfiixXcóón), hymn. Ap. 36.

AM-M. met apocope = ANA-M.

Suua (Saixco), xó, — 1 knoop hdt. 4, 98, hippocr., eur. Herc.1035; band, strik eur. Ba. 696, xen. Eq. 51, Ltr.; spec. „knoop", technisch bij het worstelen plut. Alc. 2. — 2 lengtemaat pap. (vgl. ndl. knoop).

dppA (klankwoord uit de kindertaal), I moedertje, oude vrouw; vroedvrouw; voedster inscr., Ltr.,

dp-piya = *dvdfttya, -piySa, soph. Tr, 839, anon. (dem. 21, 52), ap. rh.

dfi-uogia, rj, het niet toebedeelde v 76.

d-ppogog (d-op- z. pégog, hesych. tjpogog' apoigpg), — 1 geen deel hebbend, aan xtvog, É 489, pind. O. 1, 84. — 2 geen (goed) lot hebbend: ongelukkig Z408, hippon, 2, pind. N. 6, 14.

dfipog (uit de 2 woorden: dpaöog X ■wdppog [*wdtp-pog, vgl. rprjcpog] kwamen wduathjg en duaog als resultante), i\, — 1 zand pl. Phae/1.110 a tot LXX, n. t. Rom. 9,27.—2 arena, renbaan xen. Mem. 3,3,6.

dppcóSr/g, zandig hippocr., pol.

duvdg (z. dfivóg), dSog,x),lam theocr. 8,35.

apveïog, 3, van larnsvel theocr. 24, 62.

d-uvnuóvsvxog, onvermeld eur. Iph. T. 1419, pol.

5