is toegevoegd aan uw favorieten.

Goden en grenzen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En niet een oogwenk dacht ik aan gestalte, lMaar zag het eind van mijne en alle tijden En in een feest van vuur het eind van klagen.

De vlammen laaiden als het laatste klagen Van de eindhjk uit haar ban ontslaakte wereld, Een andre dan behoorde aan de aardsche tijden. En als een droom die vlood zag ik verlangen, Een in de lucht ontluikende gestalte .— Fata morgana — spiegeling yan leven.

Onwerklijk waar, waarder dan alle leven Benam het de adem aan elk menschlijk klagen, JVlaar in mijn hart weerklonk 't: o blijf gestalte! En doodstil in mijn morgenkoele wereld Bleef die gedaante, een stofloos-klaar verlangen Boven het stille en vaste gaan van tijden.

En niet verging ze, want in taal van tijden Behield ik dit als ieder vorig leven. JVLijn woorden werden de afglans van 't verlangen, Het lichaam van het eertijds woordloos klagen, Een in mijn zang eindloos geklonken wereld, Een onverganküjk durende gestalte.

118