is toegevoegd aan uw favorieten.

Het offer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

blufte ze, alsof ze in de eerste kringen was opgevoed. Ze had het altijd over luxe en weelde en zijn eenvoudige illusies werden door haar altijd verstoord. Was dat de Cobie, die kwam uit het eenvoudig stadje, waar ze bij tante Jeanne op 't popperig bovenhuisje had gewoond? Henk hield niet van die aanstellerij en hij besloot het haar eens te zeggen.

Dien avond brachten ze samen Frits een een eind huiswaarts. Een doodsche stilte hing als een sluier om hen, slechts afgebroken door het gesjierp der krekels. Onder de waringinboomen liepen zij door een lange laan. Hier en daar brandde een lantaarn. Een pad kronkelde naar een zijweg, waar, verscholen onder zwaar geboomte een eenzaam huis stond. Het deed als een wit massief stuk marmer, blauwachtig in het maanlicht. Het huis was onbewoond. Hoog en blank stond het daar. Voor het huis lag een kleine vijver, waarin Indische waterplanten dreven. Een reusachtige kikvorsch dompelde bij hun nadering verschrikt onder het klaar-groene water weg.

„Kijk", zei Henk, „hier is dat huis, waar niemand woont. Mooi niet?"

„Sprookjesachtig!" vond Coba.

Groote groene potten stonden in de leege