is toegevoegd aan uw favorieten.

Ideeën en problemen in Goethe's Faust

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 105 -

gedaanten het zich aan hem zal openbaren, kan Mephisto niet begrijpen. Hij vat hetnieuwe levensplan van Faust op als een soort van reis met erotische avonturen, maar Faust wil geen zuivere vreugde, maar slechts genot, dat steeds onvervulbaar zal blijken; hij wil den bacchantischen zwijmel hoewel hij weet, dat hij toch steeds weer ontnuchterd daaruit zal ontwaken. Hij wil het hoogste en diepste met zijn ziel omvamen en zijn eigen persoonlijkheid tot een zinnebeeld van opperste menschelijkheid ontwikkelen (v. 1765-1775).

En aan het sjot van deze scène hooren wij nog éénmaal een schampere karakteristiek van zijn wezen door Mephisto, die met zijn nuchteren, spottenden geest het beste, edelste in Faust hekelt en smaadt (v. 1815—1832).

Wij zullen nu niet verder op het karakter van Mephisto ingaan en ook niet zijn verschillende gedaanteverwisselingen in de beide deelen van het werk bespreken. Men herinnert zich, dat in het eerste deel en ook nog bijna overal in het tweede, Faust de prooi van Mephisto dreigt te worden. Hij zinkt hoe langer hoe dieper weg in den poel des levens, hij verzaakt zijn hoogeren zelf, waarvan hij zich slechts enkele malen nog bewust wordt (Wald und Höhle). Hij aanschouwt, na de verleiding van Gretchen en den moord op haar broer, in den Walpurgisnacht de walgelijke