is toegevoegd aan je favorieten.

De Nederlandsche gemeente

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298

gemeentebestuur deel uitmakende personen dus slechts indirect partij getrokken.

Burgemeester en Wethouders van den Haag en in navolging van hen de besturen van andere gemeenten gaven aan instelling van een Commissie van niet in gemeentedienst zijnde personen de voorkeur. Wat zij zich met. instelling der z.g. Bezuinigingscommissie voorstelden, blijkt uit den in het rapport der Commissie afgedrukten brief van het College, waarbij verschillende personen werden uitgenoodigd in de Commissie zitting te nemen:

„Naar aanleiding van de steeds stijgende uitgaven van de gemeente, is bij ons de vraag gerezen in hoeverre in de gemeentelijke huishouding bezuinigingen zouden kunnen worden aangebracht en meer economisch zou kunnen worden gewerkt.

„Wij hebben hierbij behoefte gevoeld aan voorlichting in het bijzonder met het oog op wijzigingen in het beheer en de wijze van werken bij de verschuilende diensten en en bedrijven, waartoe een vergelijking met particuliere zaken aanleiding mocht geven. In verband hiermede is gedacht aan een Commissie, te vormen uit de burgerij, welke met behulp van ambtenaren van de gemeente, en, waar noodig en gewenscht, voorgelicht door ambtenaren, een onderzoek instelt."

De ervaring heeft bevestigd, dat het brengen van verbeteringen als waaraan hier werd gedacht, niet het werk is van een Commissie van beperkten levensduur, bestaande uit — ieder afzonderlijk over weinig tijd beschikkende — bijzondere personen, maar dat daarvoor een duurzaam instituut, dat over een vast bureau beschikt, noodzakelijk moet worden geacht. Het rapport der Commissie bevat belangwekkende beschouwingen over den beheersvorm der gemeentelijke ondernemingen, maar heeft het vraagstuk der bezuiniging slechts weinig verder gebracht.

Door de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten is begin 1921 een Commissie ingesteld met de taak te onderzoeken, in welk opzicht maatregelen door gemeenten zijn te treffen om te strekken tot een economisch beheer bij de gemeenten in het algemeen en bij hare bedrijven en diensten in het bijzonder.