is toegevoegd aan je favorieten.

De grondwet van 1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

279

Artt. 134 en 135.

Evenals in het ontwerp der Stc. 1905 en het regeeringsontwerp 1907, is door de Stc. 1910 voorgesteld het laatste hd te doen vervallen, en wel met de volgende toehchting: „Naast het repressief „toezicht van art. 140 is het preventief toezicht van art. 134, „derde lid, overbodig. Dit klemt te meer, als men bedenkt dat de „goedkeurings-eisch, behalve voor belasting-verordeningen, voor verordeningen van de gemeente niet is voorgeschreven en dat „hij een vreemden indruk maakt naast de bepaling, dat de rege„ling van het provinciale huishouden aan de Staten is overgelaten. Men zie voorts de toehchting bij art. 140".

Art. 135.

Wanneer de wetten of de algemeene maatregelen van bestuur het vorderen, verleenen de Staten hunne medewerking tot uitvoering daarvan.

Gw. 1848 art. 130. De Staten worden belast met de uitvoering der wetten en koninklijke bevelen, betrekkelijk tot die takken van algemeen binnenlandsch bestuur, welke de wet zal aanwijzen, en zoodanige andere bovendien, welke de Koning goedvindt hun op te dragen.

De Memorie van Toehchting zegt: „In het hier gedaan voorstel „tot wijziging van art. 130 der Grondwet wordt alleen van wetten „en algemeene maatregelen van bestuur gewag gemaakt, omdat „de vordering tot medewerking der Staten ter uitvoering niet bij „andere Koninkhjke besluiten dan algemeene maatregelen van „bestuur behoort gedaan te worden.

„In de tweede plaats is de redactie van art. 130 der Grondwet „zoo gewijzigd, dat de bepaling meer overeenstemt met de bestaande wijze van handelen. Men heeft zich vroeger voorgesteld, „dat aan de Staten de geheele uitvoering eener wet zou worden „opgedragen. Dit is evenwel niet gebeurd. Art. 127 der provincia„le wet noemt enkele wetten en algemeene maatregelen van be„stuur, die de Staten zouden hebben uit te voeren, doch als men „die wetten en maatregelen inziet, blijkt, dat slechts enkele zaken „aan de Staten zijn opgedragen. Art, 130 der Grondwet ziet op „een toestand die niet bestaat en wel niet ontstaan zal. Het is voldoende te bepalen dat de Staten hunne medewerking zullen „verleenen, indien die bij wetten of algemeene maatregelen van „bestuur geëischt wordt."