is toegevoegd aan uw favorieten.

De steenkolenindustrie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX MOEILIJKHEDEN BJJ DEN KOLENMIJNBOUW

Hier zal niet worden gesproken over de moeilijkheden, zooals werkvolk, personeel enz., die aan iedere groote onderneming in Indië vast zitten, maar uitsluitend zullen in het kort eenige der zuiver mijnbouwkundige moeilijkheden voor een kolenmijn behandeld worden.

Over het optreden van mijngas is reeds gesproken en zal hier niet nader op worden ingegaan, evenmin als op de slechte gassen, die uit een oud afgebouwd mijnveld in de in afbouw zijnde velden kunnen drukken.

Meer aandacht zal evenwel besteed worden aan de mijnbranden, daar het ontstaan en de bestrijding dezer branden niet van algemeene bekendheid zijn.

In het algemeen heeft steenkool de eigenschap om op haar oppervlak de zuurstof uit de lucht te verdichten. Bij deze absorptie ontwikkelt zich warmte. Naarmate de kool warmer wordt, wordt deze eigenschap grooter en wordt meer zuurstof geabsorbeerd met het gevolg, dat meer warmte geproduceerd wordt. Het eene werkt het andere hoe langer hoe meer in de hand. De temperatuur wordt dus steeds hooger. Is de ventilatie overvloedig, zoodat de ontwikkelde warmte weggevoerd wordt, dan blijft de temperatuur laag. Is dit niet het geval, dan blijft de stijging voort duren en daar kool een zeer slechte warmtegeleider is, wordt de warmte niet door geleiding verspreid. Plaatselijk kan de temperatuur zoo hoog worden, dat, nadat het water uit de

6