Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

de praktische ontleedkunde bij het onderwijs invoerde en zelf het ontleedmes ter hand nam. Als direct gevolg van zijn optreden werden al spoedig in allerlei wetenschappelijke centra anatomische oefeningen gehouden, wier bezoek niet alleen beperkt bleef tot dat der geneesheeren en chirurgijns. In 1 550 werd te Amsterdam de beruchte boef „Zuster Luyt" ontleed, wiens gelooide huid zelfs tot in 1765 op de chirurgijnsgildekamer bewaard bleef. Of het deze anatomische oefening was, die tot een naamsverandering in de oud-hollandsche scheidnomenclatuur aanleiding gaf, is niet bekend.

De naam van koek-eeters zijnse quijt, Menschen-vi 11 en geeft beter profijt;

rijmelde een tijdgenoot, maar zijn hekelarij kon de lust tot villen niet dooden, immers in 1555 volgde de bevestiging eener keur door koning Philips, waarbij „sij eens jaars sullen hebben tot haar lieder instructie eenen dooden menschenlichaam, bij de wet en justitie van Amsterdam voorschreven g eexecuteert, enz."

In 1 597 werd in het koor der faliede bagijnenkerk te Leiden een theatrum anatomicum opgericht, dat eerst in 1860 verplaatst werd. Delft, Utrecht, den Haag, Dordt, den Bosch e. a. volgden in den loop der 17 e eeuw dit goede voorbeeld na.

Verschillende oude kopergravures veroorloven ons een kijkje te nemen in zoo'n 17e-eeuwsche snijkamer, waar niet alleen de secties plaats vonden, doch ook verschillende curiositeiten en praeparaten bewaard werden. Een der oudste stelt een ontleedkundige les van den Leidschen hoogleeraar Peter Paaw (1564—1617) voor. Het amphitheater bestaat uit twee rijen zitplaatsen, afgescheiden door een balustrade, op welke een geraamte met een vaandel in de hand geplaatst is. Mannen van allerlei stand, leeftijd en kleederdracht vullen de rijen. Men vindt er

434

Sluiten