Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodig bij Spanje iets te vertellen over den polyglotten Bijbel, bij Cadix over een avontuur van een keizer te bazelen, lang te verwijlen bij de zuilen van Hercules en uit Strabo iets mee te deelen over een „unerhörte Sitte der Madchen". Een soort komische geographie! Zelfs de beroemde Sebastian Munster weeft aardrijkskunde en geschiedenis, anecdoten en curiositeiten dooreen in de bonte lap zijner geografie. Zoo vertelt hij bij Rotterdam') niets van de stad, maar veel van Erasmus en worden den Hollanders schoone eigenschappen toegeschreven : zij zijn vriendelijk tegen iedereen, en geen grimmigheid is in hen; en ze zijn eenvoudig van gemoed.... Tweedehands kwam die kennis dan weer in schoolboeken : In de Karst stroomt een rivier, waarin een soort van kreeften leeft met een teekening van muzieknoten op den kop en als deze geblazen worden, komen alle kreeften op de maat aan2).... Om die kennis gemakkelijk te memoriseeren werd de leerstof op rijm gebracht en de zingende geografie deed de schooljeugd galmen:

In Brunswijk moet men peperkoeken In Lippe goede steenen zoeken Hannovers schapen- en bijeenteelt bloeien En Oldenburg is rijk aan koeien.

Deden de pedagogen niets tegen deze dwaasheden? Zeker; Am os Comenius bepleit reeds in „De Moederschool'' het leeren kennen der omgeving door waarneming: hij het eerst verhief de stem voor Heemkunde. En Francke sprak het gulden woord, ook voor het onderricht in de aardrijkskunde: Non multa, sed multum. Rousseau, uit vrees voor verbalisme, wil van een

1) Sebastian Munster, Cosmographey, bl. 359, Basel 1614.

2) Frans Schnasz, Lthren and Lemen, Schaffen und Schauen in der Erdkunde, Ie deel, bl. 31.

8

Sluiten