is toegevoegd aan uw favorieten.

De Heere is mijn herder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

te hunwaarts. Al de beschikkingen van Gods Voorzienigheid hadden betrekking op- en stonden in verband met Zijne voornemens van genade. En de ware geloovige werd daardoor te meer ingeleid in de eeuwige zegeningen, die God de Heere aan Zijn Bondsvolk wilde bereiden.

David in Ps. 23 gewaagt van de gadelooze weldaden zijns Gods, zijn Herder en Gastheer. Hij is hem alles. Goedheid, die het goede niet onthouden kan: weldadigheid, die de heerlijkste weldaden uitspreidt, volgen hem. Deze zijn zijne geleidsters. Zij gaan met hem mede door het leven. Zijne onafscheidelijke gezellinnen zijn ze.

Dikwerf heeft hij vijanden achter en rondom zich, die hem kwaad willen doen, hem ten val willen brengen. Maar de goedheid en de weldadigheid Gods volgen hem allerwege. Zij dekken hem van achteren, zij omringen hem van allen kant In zijn gevolg heeft David heel wat kwaads gezien, toen hij eenigen tijd levens had. Hij zag den nijd met haar grimmig gelaat, de smart in haar somberen tooi, de krankheid met haar bitter leed; het gebrek zelfs zag hem grijnzend aan in de woestijn der vervolging; ja de dood zelfs was slechts een enkele schrede van hem af.

Maar zijn geloofsoog ziet er twee onmiddellijk achter zich en deze zijn voor hem alles: het goede en de weldadigheid. Die twee hem volgend, laat dan komen wat wil, dan zal alles goed zijn. Als alle omstandigheden tegen schijnen, zijn God zal alle dingen vóór doen zijn, want het goede volgt immers Zijn knecht en de weldadigheid Gods blijft bij hem. En zijn deze beide niet de waarborg van het beloftenvolle woord: „Hij zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid voor Hem leven"?