is toegevoegd aan uw favorieten.

De pensionneering van gemeenteambtenaren en van hunne weduwen en weezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CXVII

de weduwen- en weezenpensioenen van de toekomstige ambtenaren geen lagere bijdragen behoorden gevergd te worden dan noodig zijn om de toegezegde pensioenen te kunnen kwijten.

b. Stelsel van afzonderlijke fondsen.

Over de vraag in hoeverre het wenschelijk is ter verzekering van pensioenen afzonderlijke fondsen in het leven te roepen of te houden werd zeer verschillend gedacht. Sommigen keurden het bestaan van zoodanige fondsen in beginsel af en gaven er de voorkeur aan, dat èn de pensioenen der ambtenaren èn die hunner weduwen en weezen uit de Staatskas werden betaald, ook al zouden voor beide catagorieën bijdragen van de ambtenaren gevorderd worden. De stand van dergelijke fondsen hangt toch steeds af van den koers der Staatsschuld waarin zij belegd worden, en er ontstaan altijd moeielijkheden, indien de kapitalen te zeer aanzwellen of wel het fonds met een tekort sluit. Van het laatste euvel ondervinden thans de officieren hier te lande de nadeelige gevolgen. Het eenige middel om zeker te zijn, dat er geen tekorten zullen komen, is geen pensioenfonds op te richten, de beschikbare fondsen van het burgerlijk pensioenfonds ten bate van den Staat te brengen en den Staat met de betaling der pensioenen van de ambenaren en hunne weduwen en weezen te belastert. Deze leden wenschten den pensioenlast voor den Staat zooveel doenlijk te matigen, maar tegen het bestaan van een of meer pensioenfondsen hadden zij overwegend bezwaar.

Voor zoover deze beschouwingen er toe zouden leiden, dat de Staat alle risico voor gemaakte misrekeningen ter zake van het benoodigde bedrag der van de ambtenaren te heffen kortingen op zich zou nemen, of anders gezegd op de schouders der belastingschuldigen zou overbrengen, vonden zij van verschillende zijden ernstige bestrijding. Wel werd het gezegde verdedigd op grond dat dit overbrengen van de risico volstrekt niet het gevolg behoeft te zijn van rechtstreeksche betaling der pensioenen uit de Staatskas. Zoodanige regeling belette toch geenszins, dat de statistische gegevens werden bijgehouden, vereischt om op bepaalde tijden wetenschappelijke balansen op te maken en dat de bijdragen der ambtenaren verhoogd of verlaagd of de pensioenen verminderd of vermeerderd werden, indien dat noodig bleek te zijn. Andere leden vreesden evenwel, dat, wanneer er geen fonds bestond, van zoodanige herziening, althans wanneer zij dienen moest om de voorwaarden van pensionneering te verzwaren, niets komen zou. Bijdragen van ambtenaren verkrijgen een eenigszins hatelijk karakter, wanneer zij rechtsstreeks in de schatkist gestort moeten worden; zij staan dan geheel gelijk met eene vermindering van traktement. Daarentegen zullen zij met minder weerzin betaald worden, wanneer zij bestemd zijn voor een fonds ten bate der ambtenaren.