is toegevoegd aan uw favorieten.

Cesar de Melville

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 118 —

overdreven en veelal slechts een voorwendsel waren, om eenigen grond te hebben den Koning ter slachtbank te voeren. Om niets onbeproefd te laten, besloot hij met een beroep op het gemoed der rechters en op de geschiedenis. „Franschen!" riep hij uit, „waar is dan dat oude nationale karakter, dat u vroeger zoozeer onderscheidde, dat karakter van grootheid en edelmoedigheid? Wilt gij uwe macht daarin doen bestaan het ongeluk van een man te voltooien, die den moed had zich zelven aan de plaatsbekleeders des volks toe te vertrouwen ? Hebt gij geen eerbied meer voor het heilige recht der schuilplaats? Gelooft gij, dat de grootste overmaat van ongeluk ook niet het geringste . medelijden verdient? En beschouwt gij een koning, die het ophoudt te zijn, niet reeds als een zoo uitstekend offer des noodlots, dat het u onmogelijk zou schijnen zijn ongeluk nog eenigermate te vermeerderen?.... Hoort thans reeds de geschiedenis, die eenmaal aan de nakomelingschap zeggen zal: Lodewijk was in zijn twintigste jaar op den troon gestegen, en op zijn twintigste jaar gaf hij op den troon het voorbeeld der zuiverheid van zeden; hij bracht op denzelven geen enkelen bedorven hartstocht mede. Hij was spaarzaam, rechtvaardig, ernstig; hij bewees steeds een warm vriend des volks te zijn. Het volk verlangde de afschaffing eener drukkende belasting; hij schafte ze af. Het volk verlangde de opheffing der lijfeigenschap; hij begon met ze in zijne domeinen op te heffen. Het volk verlangde verbetering in de lijfstraffelijke wetgeving; hij maakte deze verbeteringen. Het volk verlangde, dat duizenden Franschen, wien de gestrengheid onzer gebruiken tot dusverre van de burgerrechten beroofd had, deze rechten bekwamen; hij stelde ze door zijne beschikkingen in het genot daarvan. Het volk verlangde de vrijheid, hij gaf ze haar; hij kwam het volk zelfs door zijne opofferingen tegemoet En toch verlangt men in naam van datzelfde volk....!

„Burgers! ik eindig niet Ik blijf zwijgend voor de geschiedenis staan. Bedenkt dat zij eens uwe uitspraak vonnissen zal, en dat haar vonnis dat aller eeuwen is!"

Na het uitspreken dezer rede, die op het gemoed van