Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

dat zjj aan een eed niet gebonden waren, als Gods naam niet genoemd werd. Jezus tornt tegen deze schijnheiligheid op en verbiedt alle eéden. 38 è<p0aX[zov avrl o90aXftoi>. Het recht der wedervergelding (ius talionis) was in de Mozaïsche wet den rechter voorgeschreven (Exod. 21. 24).

40 xpiövjvai. Kp£verj0a£ twi of (xera nvoq, met iemand strijden (voor het gerecht).

41 «yyapeucEi. 'Ayyapsuav, woord van Perzischen oorsprong; eigenl.^ dwingen om dienst te doen als koerier (ayyaprx;).

43 aY<x7nj<jei<; t6v 7cX7j<rfov , vergel. het O. T. Levitio. 19. 18. 45 dvocTÉXXeiv, hier transit., meestal intransit. ó rjXto;

avaréXAei. Seneca zegt: quam mutti indigni luee sunt et

tarnen dies oritur.

Ppé/si. Bpégnv, in het att. meestal: bevochtigen, wordt hier gebruikt = Öeiv, laten regenen, vergel. Pindar. (Bpé^e xpuaéctis vi<pó.8saaw. 48 ëo-sCTÖe. Het futurum is dikwijls gelijk aan den imperativus. 17tporjéxsTS- in net gj. wor^t T0V V0Uy steeds weggelaten. öeaÖyjvai aurot?. De dativ. auroï? staat niet voor \»? ocutcüv, maar evenals bjjj èipörjvai tivé wordt 0sa0ïjvai als deponens gevoeld = iemand in het oog vallen. 2 oocXtcCotji;. 2oXte££siv behoort in het att. steeds tot de x-klasse.

Êufiai?. 'PüfiYj, eigenl. impetus, later: nauwe straat, tegenover TtXecTeïou, open pleinen. Voor den overgang van beteekenis vergel. Eng. alley met Pr. aller, dforéxoufjiv. 'Aizkyfii = óbrsDojcpa. 7 BaTTaXoYYjcr/jTs. BaTTaXoyeïv is een £im2; Xey., stamelen, woorden telkens herhalen. Het woord wordt afgeleid van Battus, den stichter van Cyrene, van wien Herodotus zegt, dat hjj was: Joxvóqwovo? xal rpauXó?. 10 yevrj07)TO). Naast èyevojxTjv vindt men met dezelfde beteekenis èyevTjOnjv.

Sluiten