is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche handelsbrieven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"9

No. 186 (217). De debiteur zendt betaling en verontschuldigt zich.

Antwoord op No. 183.

In het bezit van Uw letteren van haast ik mij,

U ingesloten het bedrag van Uw vordering, groot

f652.— te doen geworden, waarvan ik U verzoek, mij de goede ontvangst te willen melden.

Heb de goedheid, de eenigszins te late vereffening van Uw rekening te verontschuldigen, en de verzekering te aanvaarden van mijn hoogachting.

No. 187 (218). De schuldenaar toont zich verbolgen.

Antwoord op No. 184.

Bij de drukte in mijn zaak tegen en na Kersttijd, heb ik er niet aan gedacht, Uw vordering, die, dit erken ik, reeds vóór eenigen tijd is vervallen, te vereffenen. In elk geval echter zou ik dat in de eerstvolgende dagen gedaan hebben, zelfs zonder Uw maanbrief en Uw bedreiging, mij intrest in rekening te zullen brengen.

Opdat nu de toch reeds kleine winst, die Uw artikelen opleveren, niet geheel en al verdwijnen zou door renteverlies, haast ik mij, U hierbij

f1174.— te doen toekomen,, waarmede mijn rekening is vereffend, terwijl ik U om ontvangstbericht verzoek.

No. 188 (219). Een herhaalde aanmaning.

Tot mijn leedwezen is op mijn brief van tot

heden geen antwoord van U ontvangen, en ik neem dus de vrijheid, U nogmaals opmerkzaam te maken, dat mijn rekening van ...... groot ;j|gfè

f652.— "nog open staat.

Daar deze post nu reeds sedert 3 maanden vervallen is, zult gïj mij niet kwalijk nemen, dat ik dringend om betaling verzoek uiterlijk op den 15en dezer.

Uw berichten en de remise te gemoet ziende, teeken ik

No. 189 (220). Laatste aanmaning.

Nu U mïj op mïjn beide brieven van en

tot heden niet hebt geantwoord, moet ik U mijn be-