is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe klanken : leesboek voor de hoogere en voortzettingsklassen der lagere school

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het moet," zei Grace. „We kunnen de ongelukkige menschen niet zonder hulp laten."

Dan maar verder .... Verder? Na langen tijd roeiens waren ze nog slechts weinig van den vuurtoren verwijderd. Grace zette door. En eindelijk .... ja .... ze naderden de klip, waarop de schipbreukelingen zich met moeite staande hielden. „Nu komt het zwaarste deel van ons werk," riep Darling uit. „Hoe komen we nu dichterbij, zonder dat wij zelf te pletter worden gestooten?" Als dol renden de golven naar de rots .... nog een eind verder .... en de boot waré meegesleurd .... Hoe het gelukte? Hoe het gelukte, om de boot vast te leggen? Grace heeft het later niet geweten.

„Het moest," zei ze, als men er haar naar vroeg, „en we deden het. Het waren negen schipbreukelingen, acht mannen en een vrouw, en één voor één brachten we ze op onze boot over. Maar toen de terugtocht! We voelden ons al zoo moe, vader en ik, en geen van de menschen kon ons helpen, want ze waren nog meer uitgeput dan wij. Toch, we hebben het volbracht. De blijdschap van de ongelukkigen, toen ze veilig in den vuurtoren aankwamen! We hebben het kacheltje aangestoken, en zij hebben zich gewarmd. Gelukkig hadden we ook voedsel gènoeg .... en zij hebben bij ons den tijd doorgebracht, tot een schip hen mee kon nemen."

* * *

Haar heldendaad, haar doorzettingsvermogen, bleven niet onopgemerkt. Weldra stond in alle bladen de moeitevolle tocht door de woedende golven beschreven. En spoedig ook kwamen er menschen bijeen, die zeiden:

„We mogen haar niet onbeloond laten. Ze moet weten, dat allen, die van haar hebben gehoord, haar bewonderen."

89