is toegevoegd aan uw favorieten.

De veldtocht van Prins Maurits in 1597

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

db „tuin der nederlanden" gesloten.

de overige, aangemoedigd door de toezegging van een extra-belooning voor ben, die bet eerst gereed kwamen, dolven met onverflauwden ijver een zevental galerijen naar de wallen. Het vijandelijk musketvuur bad weinig uitwerking, en de poging van van Stirum, om met een enkel veldstuk—zooals later bleek, bet eenige, waarover bij beschikte! — de belegeraars te stuiten, liep op niets uit; bet stuk werd onmiddelbjk na het eerste schot tot zwijgen gebracht.

De bezetting verkeerde inderdaad in een zeer benarden toestand. Levensmiddelen waren er nog genoeg, maar de kruitvoorraad was bijna uitgeput. Wel waren de waUen en bolwerken sterk, doch wat baatte dit, nu de Staatschen ze ongeMnderd konden ondergraven ? Br dreigde bovendien nog een ander gevaar. Nacht op nacht hadden de belegeraars beproefd den dam bij de Beltemerpoort door te steken, om zoodoende de grachten te laten droog loopen; dank zij een angstvallige bewaking waren deze pogingen tot dusver verijdeld, maar het leed geen twijfel, of een krachtige aanval, gesteund door artillerievuur, zou de gewenschte uitwerking hebben. En dan, men kon er zeker van zijn, zou een bestorming niet lang meer uitblijven.

Maar nog had Maurits de hoop op een accoord niet opgegeven. Den 25sten September, toen de eerste galerij klaar was, en de stad, voor de derde maal in vier dagen, door een verscln'ikkehjken brand werd geteisterd, zond hij een trompetter, „om huer voor de laeste reyse te sommeren ende aen te seggen, so se noch de plaetse wilden overgeven, dat men se goet appoinctement doen soude" l).

1) Duyck; ii, blz. 361;