is toegevoegd aan uw favorieten.

De diplomatieke verhouding tusschen Engeland en de Republiek der Vereen. Nederlanden, 1747-1756

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ICO

BINNENLANDSCHE TOESTANDEN.

tend, terwijl Legge chancellor of the Exchequer werd. Pelham had ook het leiderschap van het Lagerhuis gehad, daar had Newcastle echter de bekwaamheid niet voor. Een ander man zou dus deze rol vervullen, naast die van secretaris van Staat voor het Zuiden. Na knoeierige onderhandelingen met Fox, die tenslotte mislukten, werd Robinson, een man zonder beteekenis, met deze waardigheid bekleed. Een groote verwarring in de regeering was er het gevolg van. Want Fox, in verbinding met Pitt, trachtte in het parlement aan Newcastle en Robinson het regeeren onmogelijk te maken. Newcastle, ten laatste wanhopig geworden, wist Fox tot meegaan met hem te bewegen door hem het leiderschap van het Lagerhuis en een kabinetsplaats te beloven ft Voor den vorm bleef echter Robinson nog in zijn functie gedurende 1755.

Deze moeilijkheden van Newcastle zouden hem dwingen in zijn buitenlandsche pohtiek meer dan anders te luisteren naar de publieke opinie. Een onzekerheid, een grilligheid in de verschillende kwesties, vooral die van de barrière, zou er het gevolg van zijn.

Tegenover de RepubUek was de versterking van Newcastle's positie in Maart 1751 merkbaar in de instructies, die de nieuwe gezant Yorke in November meenam naar den Haag. De toon van de instructies van Holdernesse *), toen die in den zomer van 1749 overstak, had heel anders geklonken. Trouwens de zending van Holdernesse was het beste bewijs voor de gevoelens van Engeland tegenover de RepubUek geweest. Immers Bentinck c. s. hadden Holdernesse gewenscht, en Newcastle had toegegeven, ofschoon hij evenals allen in Engeland3), de persoon van Holdernesse weinig geschikt vond voor den belangrijken gezantschapspost. Maar hij had de vriendschap van de RepubUek en haar meegaan in zijn plannen hard noodig. Van dat gevoel waren de instructies van Holdernesse dan ook doortrokken. Bescheiden zou Holdernesse zich op de hoogte steUen van den toestand van de RepubUek, en van haar gedachten. Hij moest trachten haar te winnen voor

') Zie uitvoerig hierover Riker, Henry Fox, en v. Ruville, Wittiam Püt. *) Zie bijlage 3.

*) Zie Chest. Letters II 869 e. a. — Walpole Letters. — Coxe U, 457. — Ook Sandwich vond Holdernesse te onbelangrijk voorden post, maar hij had Bentinck in zijn verzoek toch gesteund. (Sandw. aan NC. — Juli 1748 — NC. pap.)