is toegevoegd aan uw favorieten.

De diplomatieke verhouding tusschen Engeland en de Republiek der Vereen. Nederlanden, 1747-1756

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSCHE TOESTANDEN.

ior

de verschillende Europeesche plannen, daarbij handelend in de "most perfect concert" met de leidende mannen.

Yorke's instructie sprak ook van vriendschap en'samengaan, maar het doel was de leidende personen te doen "act in concert with us." Yorke had zich ook van alles in de RepubUek op de hoog^ te te steUen, maar hij moest nietaUeen dat.hijmoestookinvloed zien uit te oefenen. Toch ook weer mocht hij geen partijman zijn zooals Holdernesse geweest was, en kreeg hij het bevel ook goede betrekkingen aan te knoopen met de andere partij. Engelands vriendschapsverlangens waren koeler geworden. Engeland had immers niet meer te verzoeken om het meegaan van de Republiek; met de belofte van 30 Sept. '49 was het zeker geworden van dat meegaan. Newcastle's zekerheid, dat zich het parlement, na zijn binnenlandsche oveiwinningen, voorloopig niet meer verzetten zou tegen zijn buitenlandsche poütiek, maakte zijn vriendschapshouding tegenover de RepubUek nog hooghartiger.

De Repubüek zelf had echter ook schuld aan den koeleren toon van Engeland: haar toenemende zwakte, gevolg van innerüjke verdeeldheid, maakte haar een weinig begeerüjk bondgenoot. Slechts haar ügging en positie in het oude systeem waren oorzaak dat haar vriendschap nog van belang voor Engeland was.

Een hopelooze verdeeldheid inderdaad verscheurde het inwendige der Republiek. De teleurstelling van het volk, de slingeringen en weifelingen van den prins in het volgen van zijn verschülende raadgevers, waren er de voornaamste oorzaken van. Bentinck had met angst den invloed van Güles op den prins zien wassen, temeer nog, omdat zijn eigen naam doordealgemeeneteleursteUmg geleden had. Men had in hem 's prinsen bijzonderen raadgever, gezien, men weet hem dus ook veel van de mislukking. In Amsterdam had Bentinck het bemerkt, en het had hem geducht gehinderd ».). „La confiance et 1'estime du Public a fait pendant longtems ma seule sureté; et la faveur publique m'a garanti alors de la Cabale", schreef hij aan Charles; die gunst wüde hij nu weer terugwinnen ook*). "I grow every day more nice and touchy on póint of reputation," schreef hij dan ook aan zijn moeder *). Bentinck's

») Arch. IV. I. 269. — 12 Sept. 1748.

Vgl. ook Arch. IV. L 234 vlg. *) 18 Apr. 1748. — Eg. Mss. 1728. *) 28 Juli 1748. — Eg. Mss. 1714.