is toegevoegd aan uw favorieten.

Lawn-tennis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

lage sprong maakt het altijd moeilijk er een passeerschot op te geven.

Er zijn dus tweeërlei aanvalsschoten, die een speler kan gebruiken om voor het net te komen. De eerste soort tracht de tegenpartij in moeilijkheden te brengen door tijdnood en hiervoor is de topspin-drive de aangewezen slag; de tweede soort laat de gedachte, de tegenpartij in tijdnood te brengen, geheel varen, de vereeniging van undercut en centre-theorie is dan theoretisch de sterkst denkbare.

Ook zal natuurlijk de combinatie van beide manieren dikwijls rendeerend zijn, b.v. een lange kapbal naar een hoek van het veld. Immers is een bal met undercut al moeilijk om stilstaande terugtespelen, geheel ondoenlijk wordt dit soms wanneer men in volle vaart is. Bovendien is het lobben veel gemakkehjker op eenen bal met topspin-drive, dan op eenen gekapten bal.

Een groot nadeel van de centre-theorie is, dat een volleyer klaar moet staan om naar beide zijden te kunnen uitvallen. Bij eenen slag naar eene hoek, kan men zich veel gemakkehjker zoodanig opstellen, dat men bijna zonder zich te verplaatsen den drive langs de lijn dekt, terwijl men dan klaar staat om zoo snel mogelijk naar binnen te springen voor den cross-drive, die, daar uw tegenstander zag, waar u stondt, bovendien zeer waarschijnlijk zal volgen. Dit bezwaar is in theorie natuurlijk op te heffen, doordat men, zelfs indien men het aanvalsschot midden op den baseline plaatste, toch niet midden voor het net gaat staan, maar de eene zijde meer dekt, dan de andere. In de practijk is het echter moeilijk zich daartoe te dwingen.

Van het grootste belang voor den volleyer is het om op tijd aan het net te zijn. Is hij niet geheel op kunnen komen, dan is hij vooreerst veel gemakkehjker door een cross-schot te passeeren, omdat hij grooter ruimte te dekken heeft. Tevens kan ook zijn volley minder scherp en gevaarlijk zijn, hoe