is toegevoegd aan uw favorieten.

Doetje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

Hij zette den kruiwagen in gang en levenslustig dribbelde ze naast hem voort, nu en dan het klontje even uit den mond nemend, om er zooveel langer het zoete lekker van te genieten.

»Nu moet je me ook eens zeggen, hoe je heet!«

»Wel, koopman Kopie! weet je dan niet, dat ik Doetje heet?«

»Dat is een mooie naam : Doetje. En van wie ben je dan een kind?«

>Och, och! weet je dat nog niet, Kopie ? Van wie anders dan van grootmoeder? O, ja, én van vader. Kopie! je kent vader wel, is 't niet ? — Zie je wel eens een man met een pukkeltje op zijn linkerwang ? — Nou, dat is mijn vader, en hij is vaste arbeider bij Alderts !«

»0, dan ken ik hem wel, en dan weet ik ook, dat jij Doetje Uilkes heet!«

»Ja, zóó heet ik!«

»En wat deed je nu hier, zoo ver bij je grootmoeder vandaan ?« »Naar school ommers!«

»Wat? Hier alleen naar school? Waar zijn de andere kinderen dan ? Je gaat toch altijd met mekaar?*

»Niet zeggen, Kopie! niet zeggen ! maar ik weet het. Zij hebben een sluipertje gemaakt!«

Kopie wist wel, wat een sluipertje was, doch hield zich onkundig.

»Wat voor ding is dat, een sluipertje? En waarvan maken ze dat?«

Doetje begon hard te lachen. Dat zulk een oud man nog niet wist, wat een sluipertje was!

»Ha, ha ! 't is heelemaal geen ding en ze maken 't